Een slechte week voor de politiek

By 9 november 2018 Weblogberichten

De discussie over de benoeming van CD&V-er Steven Vanackere als nieuwe gouverneur van de Nationale Bank was nog in volle gang toen onze partij compleet werd meegesleurd in de gouverneurssaga van de provincie Oost-Vlaanderen.

Au fond is het boeiend en nodig te discussiëren over de manier waarop topmandaten in ons land worden ingevuld. Het enige wat echter na deze week van de moddergevechten blijft hangen bij de publieke opinie, is het platte getouwtrek tussen politieke partijen om HUN kandidaat op een goedbetaalde plek te krijgen.

Het smaakt bitter dat het nota bene over de aanstelling van een gouverneur ging, het ambt waarvan de bekleders er altijd prat op gingen, en er ook in slaagden, om zich boven het politieke gehakketak als bruggenbouwers op te stellen.

Politieke benoemingen, het blijft een moeilijke kluif. In de (meeste) lokale besturen is hier al heel lang komaf mee gemaakt. Onder lichte dwang overigens van dezelfde Vlaamse overheid die nu intern zo verdeeld is over haar eigen benoeming.

Toen ik in 1995 burgemeester was geworden in onze stad, heeft het schepencollege niet zolang daarna unaniem beslist over te gaan naar vergelijkende examens. Daardoor wordt altijd een rangschikking gemaakt en wordt altijd de eerst geplaatste aangesteld. Zonder bemoeienis van wie ook.

Sindsdien wordt er in ons schepencollege nooit nog gediscussieerd over de aanstelling van wie dan ook. Ook in veel andere organisaties is dit de regel. Om volledige objectiviteit te waarborgen moet er natuurlijk wel worden op toegekeken dat de “macht” om de zaken naar de hand te zetten niet verplaatst wordt naar gericht samengestelde jury’s bijvoorbeeld. Dit vraagt enige oplettendheid en verantwoordelijkheid vanwege bestuurders. Maar dat is natuurlijk ook hun opdracht.

Bij benoemingen op het hoogste politieke niveau blijft de spanning tussen objectief en politiek benoemen bestaan. Alle kandidaten voor (top)benoemingen hebben trouwens een minder of meer uitgesproken politieke mening, ze zullen dus ook altijd van één of andere sympathie kunnen “verdacht” worden, ook al hebben ze officieel geen partijlidkaart.

Pleiten voor een examen met assessment, 100 kandidaten de procedure laten doorlopen en dan beginnen ruziemaken over het al dan niet correcte doorlopen van deze aanstellingsprocedure, is natuurlijk al te dwaas. Ofwel was het dossier niet goed voorbereid, ofwel heeft men hierover geen afspraken gemaakt in de Vlaamse regering (bijvoorbeeld: we moeien ons in geen geval), ofwel is het een maat voor niets geweest.

Voor mij is er maar één mogelijke procedure voor functies zoals die van gouverneur van de Nationale Bank en gouverneur van een provincie en dat is een selectie door het parlement, administratief voorbereid door de betrokken federale of Vlaamse administratie, en verder in alle openheid georganiseerd in een bijzondere parlementscommissie.

Iedereen zal kunnen toekijken en alle commissieleden zullen vragen kunnen stellen: geen enkele politicus zal het zich kunnen veroorloven niet de meest geschikte kandidaat voor te dragen. Een moderne democratie waardig! Het vertrouwen tussen burger en politiek zal er wel bij varen!

 

Leave a Reply