Category

Weblogberichten

Vlaamse regering van start: Open Vld levert sterke ministers

By | Weblogberichten

Vorige week legde de nieuwe Vlaamse regering de eed af in het Vlaams parlement. Het bereiken van een consensus over het programma en de daarbij horende budgetten had uiteindelijk meer voeten in de aarde dan oorspronkelijk verwacht en duurde dus langer dan gehoopt.

Het regeerprogramma is zeer minutieus uitgeschreven om onduidelijkheden en al te veel discussies in de komende vijf jaar te vermijden. Ook daarom is het niet verwonderlijk dat passages over onderwijs, welzijn, integratie en financiën heel wat tijd en aandacht hebben gekregen van de onderhandelaars.

Bij Open Vld was onmiddellijk na de verkiezingen al duidelijk dat, bij toetreding van onze partij tot de Vlaamse formatie, Bart Somers met zijn reuzegoede score en zijn grote expertise op het vlak van samenleven, een certitude als minister zou zijn.

Op de tweede naam bleef het even wachten. Een vrouw, dat was zeker. Voorzitter Gwendolyn zelf? Uiteindelijk koos zij ervoor burgemeester in Aarschot te blijven EN de federale regeringsvorming mee te blijven leiden, samen met Alexander De Croo.

Lydia Peeters die enkele maanden geleden op een zeer efficiënte wijze Vlaams minister van cultuur en media Sven Gatz wist te vervangen bij diens verhuis naar de Brusselse regering, kreeg de eer en de kans haar korte maar vlekkeloze parcours als “invaller” om te zetten in een effectieve aanstelling als minister van mobiliteit en openbare werken.

Open Vld Lier wenst de beide ministers veel succes en “arbeidsvreugde” en aan heel de Vlaamse ploeg veel inspiratie om Vlaanderen efficiënt, performant en warm te besturen.

Participatie of geen participatie, deel 2: wat is de opdracht van een gemeenteraadslid?

By | Weblogberichten

In onze Lierse gemeenteraad zijn een aantal politieke fracties duidelijk voorstander van meer burgerbetrokkenheid, andere blijven zweren bij de zuiver representatieve democratie: burgers hebben aan gemeenteraadsleden, die behoren tot politieke partijen, hun stem gegeven en die moeten het dan maar verder oplossen.

Los van deze twee zienswijzen, de eerste wint aan kracht, de tweede lijkt langzaamaan compleet voorbijgestreefd, is er binnen de gemeenteraad ook discussie over de betrokkenheid van de gemeenteraadsleden zelf bij het beleid.

Er wordt geklaagd over het feit dat gemeenteraadsleden te laat op de hoogte gebracht worden van plannen van de meerderheid, meestal pas op het ogenblik dat er geen gedachtewisseling meer mogelijk is, dat te veel onderwerpen alleen in de beslotenheid van het schepencollege besproken en getrancheerd worden, dat er geen transparantie is over het waarom van bepaalde beslissingen,…

Ik denk zelf dat dit niet helemaal juist is, of dat het alleszins niet juist zou moeten zijn. Gemeenteraadsleden hebben veel mogelijkheden om de vinger aan de pols te houden en met de schepen wiens bevoegdheden zij opvolgen, in debat te gaan over allerlei onderwerpen die hen interesseren of aanbelangen.

We stellen in de praktijk vast dat gemeenteraadsleden in onze stad deze mogelijkheden amper gebruiken. Ze leunen als het ware naar achter en laten de agenda’s op hen afkomen. Ze doen geen voorstellen om de dagorde van de commissievergaderingen aan te vullen met punten waarover gediscussieerd kan worden zonder dat er onmiddellijk een besluitvorming moet volgen.

Ze stellen in de gemeenteraad wel mondelinge vragen en interpelleren het schepencollege, en dat is goed. In de commissies echter, het forum bij uitstek van overleg, gedachtewisseling en discussie, spelen de meeste gemeenteraadsleden te weinig hun rol van volksvertegenwoordiger. Hier liggen zeker meer kansen te grijpen! Ik nodig elk gemeenteraadslid uit om er gebruik van te maken. Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Participatie of geen participatie: wie is liefhebber?

By | Weblogberichten

In de gemeenteraad van Lier werd deze week geïnterpelleerd over de voortgang van de meerjarenbeleidsplanning en de (al dan niet) weinig transparante manier van werken hierbij door de meerderheidspartijen.

Ik gaf in mijn antwoord op de interpellatie een opsomming van de acties die al werden ondernomen inzake de voorbereiding van de meerjarenbeleidsplanning zoals het uitwerken van een omgevingsanalyse, de bevraging en toelichting van de administratie, en de toekomstavonden.

In hun reacties bleek hoe verschillend politieke partijen in hun geheel en gemeenteraadsleden elk afzonderlijk, denken over participatie, inspraak en betrokkenheid. Wat voor de ene partij veel te ver gaat, is voor de andere al geen aandachtspunt meer.

Zo was het organiseren van onze toekomstavonden waarbij burgers gevraagd worden mee na te denken over de toekomst van onze stad, een maat voor niets voor het Vlaams Belang en lijkt ook N-VA eerder een koele minnaar. Groen en CD&V zijn wel liefhebber, Groen zelfs in een zeer ver doorgedreven mate maar ze beseffen dat het concept moet groeien.

Zelf voel ik zeer goed de kansen en sterkten van burgerparticipatie maar evenzeer de valkuilen. Mensen betrekken bij beleidsplanning en dan een gedragen voorstel voorleggen is zeker een groot pluspunt, dat is waar we in de toekomst naartoe willen. Maar je kan niet vermijden dat op sporadisch georganiseerde burgerbijeenkomsten, slechts een klein deeltje en nog niet eens het meest representatieve deel van de bevolking afkomt om mee na te denken en te spreken.

Veel mensen zijn niet echt vertrouwd met het begrip “participatie”, weten niet altijd wat van hen verwacht wordt, zijn benauwd om in het openbaar te spreken, ook al hebben ze uitgesproken meningen. Maar diegenen die de stap naar inspraak zetten, zijn overenthousiast en vragen om meer.

Als voorstellen meegenomen worden in het toekomstig beleid, groeit het vertrouwen tussen overheid en burgers. En alleen deze vaststelling al maakt het de moeite waard werk te blijven maken van burgerparticipatie.

 

Mooie samenwerking tussen GO! en stad is meerwaarde voor de sport

By | Weblogberichten

De komende weken zullen zowel de nieuwe gym- en danshal op campus Louis Zimmer als de nieuwe sporthal op campus Arthur Vanderpoorten van Atheneum Lier, plechtig geopend worden.

Beide campussen zijn eigendom van het GO! onderwijs van de Vlaamse gemeenschap. De gym-en danshal en de sporthal werden gebouwd en gefinancierd door de stad en zullen samen gebruikt worden door leerlingen tijdens de schooluren en leden van Lierse sportverenigingen buiten schooltijd.

In de periode van de paars/groene regering 1999-2004 werd er stevig gepleit voor meer samenwerking tussen scholen en lokale besturen om gezamenlijk infrastructuur te gebruiken, vooral voor sportbeoefening.

De toenmalige minister van sport Johan Sauwens en ikzelf als minister van onderwijs schreven er samen een boekje over om de samenwerking te bepleiten, te motiveren en te ondersteunen. In de praktijk duurde het toch even vooraleer de piste door lokale besturen werd opgepikt. Vooral voor nieuwbouw bleven de drempels vaak hoog om toe te komen aan deze vorm van breed en open gebruik van dure infrastructuur.

In dezelfde periode bezocht ik met een delegatie van het Lierse stadsbestuur de toenmalige KTA-site, nu Louis Zimmer. Groot was toen de verbazing bij een aantal collega’s over deze mooie, groene en onbebouwde ruimte, pal in de binnenstad.
Bij heel weinig Lierenaars was het binnengebied, gelegen tussen Predikherenlaan, Oever, vesten en Blokstraat bekend. Ook over de mogelijkheden tot ontwikkeling met recreatief doel was eerder nooit nagedacht.

Na het bezoek werden de gesprekken tussen stad en GO! snel opgestart. De goede relaties die ik steeds met het GO! onderhouden heb, hebben hier zeker hun vruchten afgeworpen. Er was behoefte aan ruimte voor een tennisclub, een extra buitenschoolse kinderopvang, een gymhal voor de turnverenigingen en een danshal voor de leerlingen van onze academie. So what?
Handen in elkaar en samenwerken toch? Tegelijkertijd kreeg het GO! financiële ruimte om voor zijn school nieuwbouw te realiseren op dezelfde campus. Win-win voor alle partijen!

Op de campus Arthur Vanderpoorten werd een vervolg gebreid aan het verhaal: behoefte aan een derde sporthal voor sportverenigingen op Liers grondgebied, ruimte ter beschikking op de campus van de school aan de kant Leuvensevest en de wens van het GO! een breed aanbod sport aan te bieden in ASO en TSO leidden ook hier tot een win-win met de overeenkomst tussen dezelfde partners.

Het mooie verhaal wordt in de komende weken bezegeld met een plechtige opening van de beide nieuwe zalen. Lier zal er alleen maar beter van worden!

“Als je snel wil gaan, ga dan alleen; als je ver wil gaan, ga dan samen!”

By | Weblogberichten

Met bovenstaande uitspraak als uitgangspunt vonden deze week onze twee Lierse toekomstavonden plaats.

Lierenaars werden uitgenodigd deel te nemen aan het participatietraject dat de stad heeft uitgestippeld en waarbij het de bedoeling is hen te laten meedenken en ideeën te laten uitwerken over hoe Lier er over 10 en 20 jaar zou moeten uitzien.

Vier thema’s werden uitgekozen door de adviesraden en voorgelegd aan de opgedaagde bewoners van onze stad: stad in ontwikkeling, groene, schone stad, zachte mobiliteit en warme stad.

Gedurende twee uur werden tafelgesprekken gevoerd, rond telkens 1 thema, in goede banen geleid door een medewerker van de stad die als tafelbegeleider fungeerde. Intense gesprekken, soms zeer tegengestelde meningen aan de tafel, af en toe emotionele verhalen, maar altijd met veel enthousiasme en de overtuiging het welzijn de stad en haar inwoners te verhogen.

Niet alleen wat de stad kan doen voor de burgers maar ook wat de burgers en de stad samen beter kunnen doen, was telkens bij elk onderwerp aan de orde.

De conclusies van de gesprekken die op deze participatieavonden gevoerd werden, zullen volgende week aan het schepencollege worden voorgelegd en besproken worden. De aanzet van de uitvoering van een aantal voorstellen zal meegenomen worden in de meerjarenbeleidsplanning die in de volgende weken vorm krijgt.

De toekomstavonden gaven een verscheiden maar hartverwarmend beeld van inzet en bezorgdheid voor onze stad. Als dit de weerspiegeling mag zijn van wat de toekomst kan brengen, is optimisme gerechtvaardigd en wenselijk. Mooi zo!

Kiezen voor lerarenberoep moet opnieuw sexy worden

By | Weblogberichten

Bij het begin van een nieuw schooljaar worden de verlanglijstjes van onderwijskoepels en andere onderwijsbetrokkenen traditioneel breed uitgesmeerd in de media. Nu er ook een Vlaamse regering met, wellicht een nieuwe onderwijsminister, op komst is, worden de knelpunten nog eens extra belicht, besproken en becommentarieerd.

Logisch want de toekomst van ons onderwijs staat of valt voor een groot stuk met de beleidsvisie van de Vlaamse regering ter zake. De startnota heeft een tipje van de onderwijssluier opgelicht, maar zowel deze tekst als de bijhorende commentaren gaan naar mijn aanvoelen toch schromelijk voorbij aan HET knelpunt bij uitstek en dat is: meer en goede leerkrachten aantrekken voor ons onderwijs.

Zonder genoeg goede leerkrachten moeten we zelfs niet beginnen aan het oplossen van andere problemen zoals een dalende kwaliteit van het onderwijs, nood aan meer gelijke onderwijskansen, nood aan meer gebouwen, meer evenwicht in de flexibilisering van het hoger onderwijs en de hoge schoolkosten in het secundair onderwijs, om er maar enkele te noemen die in alle verlanglijstjes opduiken.

Het lerarentekort werd reeds 10 jaar geleden aangekondigd toen Pascal Smet zijn eerste stappen als onderwijsminister zette en een lerarenloopbaanpact wou afsluiten tussen de overheid, de koepels en de vakbonden. Twee ministers verder is er geen enkele stap vooruitgezet.

De onderwijskoepels hebben het onderwerp intussen ook op nummer één van hun verlanglijst gezet maar langs de kant van de vakbonden blijft het intussen oorverdovend stil. Nochtans zijn zij het die in het verleden het grootste obstakel vormden om meer flexibiliteit en meer autonomie voor de scholen in hun personeelsbeleid mogelijk te maken.

Tegen vakbonden opboksen is niet dankbaar en niet te verkiezen als andere overredingsmiddelen nog niet zijn uitgeput. Soms moeten er echter moedige keuzes gemaakt worden en moet het beleid zeggen waar het op staat! De verantwoordelijkheid is groot, voor beleid én voor vakbonden!

4 september 1944: Lier bevrijd!

By | Weblogberichten

Na de landing in Normandië op 6 juni 1944 duurde het tot begin september vooraleer de geallieerde troepen de Belgische grens bereikten. Op 3 september bereikten de Geallieerden Brussel, Aat, La Louvière, Doornik, Roeselare en Ronse. Een dag later volgden Leuven, Lier, Mechelen en Antwerpen.

De bevrijding van Lier werd grondig voorbereid door het verzet, grondiger dan uiteindelijk nodig bleek wegens de snelle opmars van de geallieerde troepen en de geringe weerstand van de vluchtende Duitse bezetter. Op het grondgebied van Lier vond geen enkel gevecht plaats.

Twee Lierenaars lieten nochtans het leven: een twaalfjarige jongen die geraakt werd door vluchtende Duitsers en een lid van de Witte Brigade die trachtte Duitsers te arresteren.

De eerste dagen na de bevrijding bevond de stad zich in een chaotische situatie: niemand was nog echt de zaak meester. Slechts langzaam zou de controle en de rust weerkeren.

Oorlogsburgemeester Alfred Van der Hallen voelde de grond onder zijn voeten heet worden. Op 4 september bevond hij zich echter nog op het stadhuis. Op die dag overhandigde hij aan een schepen een brief voor zijn voorganger burgemeester Van Cauwenbergh waarin hij hem meedeelde dat hij zijn ambt als burgemeester opnieuw aan Van Cauwenbergh overdroeg. Hij wenste hem rustiger tijden toe dan hij zelf beleefd had en vertrok naar Antwerpen waar hij zou onderduiken.

Burgemeester Van Cauwenbergh nam opnieuw het burgemeesterschap van Lier op en feliciteerde de Lierenaars met hun “kranige en vaderlandslievende houding”.

Op 6 september kon het vooroorlogse college van burgemeester en schepenen opnieuw bijeenkomen in zijn oorspronkelijke samenstelling.

Een verschrikkelijke periode van 4 jaar oorlog kwam ten einde. Velen hadden hun leven gelaten, ook Lierenaars, soldaten en burgers. Zij gaven hun leven voor vrijheid, vrede en een toekomst zonder geweld.

Wij zijn hen veel eer verschuldigd. Vandaag moeten we hen gedenken en hen dankbaar zijn voor hun strijd en hun opoffering!

Een maximumfactuur voor het secundair onderwijs?

By | Weblogberichten

In het basisonderwijs bestaat al geruime tijd een maximumfactuur. Dit betekent dat schoolkosten onder het bepaald bedrag moeten blijven per kind en per schooljaar. Ouders weten daardoor perfect wat hen het komende schooljaar te wachten staat aan uitgaven… zolang hun kind in het kleuter-of lager onderwijs zit.

Eens zoon of dochter naar het secundair onderwijs stapt, wordt het een ander verhaal. Sommige scholen hebben het onderwerp opgenomen in hun schoolreglement of doen (vrij strikte) aanbevelingen aan hun leerkrachten voor het bepalen van lesmateriaal.

Lokale besturen trachten soms via het LOP (lokaal overlegplatform) of een ander overlegorgaan de scholen op hun grondgebied te sensibiliseren richtlijnen inzake schoolkosten op te stellen, en een vangnet voor wie moeilijkheden heeft om te betalen.

Niet alle scholen willen hier echter van horen en soms dreigt een hoge schoolkostenfactuur een heuse drempel te vormen bij een eerlijk gelijke-onderwijskansenbeleid. En hier knelt het schoentje. Zolang de Vlaamse overheid niet overgaat tot het bepalen van een maximumfactuur voor alle studierichtingen in het secundair onderwijs, zullen er altijd scholen blijven die zich niets aantrekken van de negatieve spiraal die ze creëren op sociaal vlak. De Vlaamse overheid heeft tot dusver de stap naar een maximumfactuur in het secundair onderwijs niet willen zetten. Ook in de startnota voor een nieuwe Vlaamse regering komt het onderwerp niet aan bod.

Scholen die reeds werken met een maximumfactuur ervaren deze nochtans als een win-winsituatie voor leerlingen én hun ouders aan de ene kant en scholen aan de andere kant. De betrokken scholen hebben minder rekeningen die onbetaald blijven en een maximumfactuur dwingt tot nadenken over welke uitgaven echt de moeite waard zijn, in overleg met ouders, leerlingen en leerkrachten.

Het stimuleert dus betrokkenheid en inspraak. Iedereen wint erbij. Tenzij misschien de uitgevers van de talrijk gebruikte invulboeken…

Grote uitdagingen voor toekomstgericht beleid

By | Weblogberichten

Bijna een jaar na de gemeenteraadsverkiezingen moeten de verkiezingsprogramma’s van de meerderheidspartijen en het bestuursakkoord in concrete doelstellingen worden omgezet. Tegelijkertijd moet de budgettaire ruimte bewaakt blijven, mogen de schulden niet opnieuw oplopen en de belastingen niet verhogen.

Dit is nooit een eenvoudige oefening. De verlanglijstjes zijn altijd langer dan de mogelijkheden om eraan tegemoet te komen. Vaak dringen zich keuzes op, die enige moed vergen van beleidsmensen.
Een goed politiek bestuur moet knopen durven doorhakken en kritisch durven kijken naar vroegere beslissingen die misschien voor bijsturing vatbaar zijn.

In onze stad dringen zich ongetwijfeld moeilijke besprekingen op in het kader van de aankomende noodzakelijke investeringen. Het begijnhof wordt al heraangelegd, maar er moeten ook straten en pleinen vernieuwd worden, de aanleg van de Hoge Velden voor voetbalterreinen staat zeer hoog op de agenda , evenals de heraanleg van de stationsbuurt. Er moet een beslissing vallen over de vernieuwing van het cultureel centrum en over al dan niet zelf investeren in een performante afvalophaling. En dit zijn slechts enkele grote en opvallende dossiers die op de agenda van het schepencollege staan.

Het is daarom goed dat de bevolking meer dan in het verleden van nabij zal betrokken worden bij het uitstippelen van een toekomstig en toekomstgericht beleid.

De tijd dat na de verkiezingen de deuren gesloten werden tot er in beperkte groep en achter gesloten deuren akkoorden werden bereikt ligt, gelukkig, achter ons. De burgerbetrokkenheid zal het opstellen van een meerjarenbeleid misschien niet sneller doen verlopen maar alleszins wel een groter draagvlak creëren en impulsen kunnen geven voor een beleid op langere termijn

Vakantie voorbij: handen uit de mouwen!

By | Weblogberichten

Terwijl er op federaal vlak nog zo goed als niets beweegt rond de vorming van een nieuwe regering, wordt er in Vlaanderen duchtig onderhandeld tussen N-VA, CD&V en Open Vld over de vorming van een Vlaamse regering. Een regeerakkoord tegen 23 september, de heropening van het Vlaams parlement, is de doelstelling.

In onze stad staat de definitieve uittekening van een meerjarenbeleidsplan op de agenda in september. En daar horen voor het eerst ook “toekomstdagen” bij. Op 9 en 10 september worden geïnteresseerde Lierenaars uitgenodigd mee na te denken over een aantal items die voor de toekomst van onze stad aan de orde zijn.

De vier uitgekozen thema’s zijn: zachte mobiliteit, warme samenleving, schone, groene stad en stad in ontwikkeling. De bedoeling is dat de aanwezige Lierenaars hun ideeën aanreiken over hoe zij op deze domeinen onze stad zouden willen zien evolueren op langere termijn.

Het stadsbestuur zal deze toekomstdagen met veel aandacht volgen en de conclusies meenemen in zijn besprekingen over het nu op te stellen beleidsplan.

Ik hoop vooral dat veel Lierenaars deelnemen en hun mening komen zeggen, want dat is de uiteindelijke doelstelling. Participatie betekent immers dat beleid losgetrokken wordt uit de beslotenheid van politieke partijen en opengegooid wordt voor alle inwoners. Op deze manier kunnen we hopelijk de klassieke democratie nieuwe zuurstof en opnieuw vertrouwen geven.