Category

Weblogberichten

Een liberale partij kan, per definitie, nooit rechts zijn

By | Weblogberichten

In de weekendkranten verschenen interviews met twee Open Vld’ers die met vuur het sociale, open en progressieve karakter van onze partij benadrukten. De ene is sinds begin dit jaar burgemeester van Gent, Matthias De Clercq, en de andere is sinds de verkiezingen van 26 mei Vlaams parlementslid en zetelt in de commissie Onderwijs, Sihame El Kaouakibi.

De eerste, hoewel nog geen 40, heeft al een mooie carrière achter de rug als Vlaams parlementslid en schepen in Gent, de tweede is sociaal ondernemer en een nieuwkomer in onze partij en in het parlementaire halfrond. Zeer verschillend van achtergrond, interesse en verleden, trekken zij dezelfde rode draad bij hun definitie van liberalisme en spreken zij eenzelfde wens uit voor onze partij.

“Open”, “vertrouwen”, “progressief” en “sociaal” zijn de woorden die vaak in hun gesprekken voorkomen. Sihame vat de manier waarop wij aan sociaal beleid moeten doen eenvoudig samen: “er is een verschil tussen zorgen voor mensen of ervoor zorgen dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen; mensen de kans geven verantwoordelijkheid te nemen en hen daartoe de kracht geven is een liberaal verhaal!” Daarom moeten drempels naar beneden worden gehaald en is goed onderwijs met gelijke kansen essentieel voor iedereen.

Ook Matthias zoekt voortdurend naar wat mensen bindt en sterker maakt. Hij wil dat onze partij keuzes maakt zonder andere partijen achterna te lopen. Klimaat en migratie zijn ook onze thema’s, die daarenboven uitgesproken de kans bieden mensen zelfstandiger, bewuster van hun kracht en sterker te maken. Hij wil niet dat onze partij opschuift naar rechts en daarmee al te zeer de nationalisten achterna loopt. Het verhaal van rechten en plichten is vooral ons verhaal. Om mensen sterker te maken. Niet om ze bang en angstig van ons af te duwen. Rechts ziet al te vaak doemscenario’s die angst stimuleren, polariseren, en voor geen spatje blijk geven van vertrouwen in mensen.

Zo zit ons liberaal DNA niet in elkaar: geen conservatief beleid dat gaat voor een gesloten samenleving, maar een progressief beleid dat voluit kiest voor een open maatschappij gestuwd door hoop en optimisme.

In 2021 houdt onze partij een ideologisch congres. Enkele kerngedachten zijn reeds te lezen in “De liberale ideologie. Voorbij het links-rechts denken.” Van de hand van Dirk Verhofstadt. Een absolute aanrader!

“Participatie” is geen passe-partout voor alle akkefietjes

By | Weblogberichten

In de loop van de voorbije maanden werd het beleid vaak te pas en te onpas rond de oren geslagen met het begrip “participatie”. Voor de ene bezondigt het huidige stadsbestuur zich aan een totaal gebrek eraan, terwijl voor anderen het begrip “participatie” een hol en overbodig begrip is. Volgens deze laatste groep is het aan de gemeenteraadsleden en aan hen alleen, als enige verkozenen des volks, om beleid uit te tekenen.

Het begrip participatie komt van het latijn pars (deel) en capere (nemen) en is eigenlijk de opvolger van een ander begrip, “inspraak”, dat in de jaren ’70 en ’80 een politieke reactie was op de protestbewegingen van de jaren ’60.

Als de politiek wil dat burgers inspraak hebben, gaan ze naar hen toe, leggen ze hen keuzes of problemen voor en vragen de mening van de burgers hierover. Of ze rekening houden met deze mening, een beetje of helemaal niet, hangt van de politici af. Al te vaak is “inspraak” vrijblijvend en leidt het tot heel wat frustraties, vooral bij deelnemers aan deze “inspraak”.

Participatie gaat veel verder. Het vraagt burgers deel te nemen aan (een onderdeel van) het denkproces dat tot beleid leidt. Allerlei burgerbewegingen en -initiatieven wijzen hier de weg. Deze weg is echter lang en vol valkuilen. We moeten daarom behoedzaam te werk gaan en niet lopen vooraleer we kunnen stappen.

Participatie als beleidsvorm is complex en vraagt in eerste instantie een volwassen houding van politici zelf en van de burgers die willen participeren. Vertrouwen geven en nemen is een niet onbelangrijk gegeven in het participatieverhaal. Goede afspraken en afgetoetste kaders vormen de basis van een geslaagd participatietraject.

Wat participatie niet betekent, is dat beleidsmensen voor elk te plaatsen straatbord, paneel of zelfs kunstwerk in het openbaar domein de bevolking moeten raadplegen. Voor kunstwerken in de open ruimte bijvoorbeeld moet een kader, een werkwijze en een deskundige gespreksgroep uitgetekend worden. Hierover kan met de geïnteresseerde burgers overlegd en afgesproken worden. Op basis van deze afspraken kan de concrete invulling gebeuren.

De eerste voorwaarde voor geslaagde participatie blijft echter vertrouwen en “loslaten” vanwege politici. Met alle respect voor alle collega’s uit de Lierse gemeenteraad: hier is nog veel werk aan de winkel!

H.Hartkerk krijgt nevenbestemming als concertzaal

By | Weblogberichten

Wat al jaren wordt aangekaart in de gemeenteraad door ons gemeenteraadslid Sabine Leyzen, wordt nu stilaan werkelijkheid: de kerken op ons grondgebied denken na over nevenbestemmingen! In het H. Hart zal dit in 2023 zelfs realiteit zijn.

Het verminderde kerkbezoek aan de ene kant, de grote kosten bij onderhoud en restauratie van kerkgebouwen aan de andere kant, doet meer en meer lokale overheden beslissen, in samenspraak met de kerkfabrieken, over te stappen tot gedeeld gebruik van de kerken.

De wekelijkse misvieringen, begrafenissen, huwelijken e.d. kunnen blijven plaatsvinden, maar daarnaast is er ruimte en tijd voor andere activiteiten, die zeer verscheiden van aard kunnen zijn.

De H.Hartkerk zal de volgende jaren een volledige binnenrestauratie krijgen, met subsidies van de Vlaamse overheid en een grote opleg van de stad, waardoor de kerk klaar wordt gemaakt voor concerten, tentoonstellingen en educatieve doelen. Het aanpalende parochiecentrum maakt het bovendien mogelijk  recepties of ontvangsten te organiseren.

Volgende week start een stuurgroep om dezelfde oefening uit te tekenen voor de kerk van de H.Familie. Ook daar dringen restauratiewerken zich op en doet de gelegenheid zich voor om nevenactiviteiten te organiseren.

De constructieve samenwerking tussen lokaal bestuur, kerkfabrieken en bisdom betekent alleszins een grote meerwaarde om dossiers in de juiste richting te sturen.

 

 

Vlaamse regering van start: Open Vld levert sterke ministers

By | Weblogberichten

Vorige week legde de nieuwe Vlaamse regering de eed af in het Vlaams parlement. Het bereiken van een consensus over het programma en de daarbij horende budgetten had uiteindelijk meer voeten in de aarde dan oorspronkelijk verwacht en duurde dus langer dan gehoopt.

Het regeerprogramma is zeer minutieus uitgeschreven om onduidelijkheden en al te veel discussies in de komende vijf jaar te vermijden. Ook daarom is het niet verwonderlijk dat passages over onderwijs, welzijn, integratie en financiën heel wat tijd en aandacht hebben gekregen van de onderhandelaars.

Bij Open Vld was onmiddellijk na de verkiezingen al duidelijk dat, bij toetreding van onze partij tot de Vlaamse formatie, Bart Somers met zijn reuzegoede score en zijn grote expertise op het vlak van samenleven, een certitude als minister zou zijn.

Op de tweede naam bleef het even wachten. Een vrouw, dat was zeker. Voorzitter Gwendolyn zelf? Uiteindelijk koos zij ervoor burgemeester in Aarschot te blijven EN de federale regeringsvorming mee te blijven leiden, samen met Alexander De Croo.

Lydia Peeters die enkele maanden geleden op een zeer efficiënte wijze Vlaams minister van cultuur en media Sven Gatz wist te vervangen bij diens verhuis naar de Brusselse regering, kreeg de eer en de kans haar korte maar vlekkeloze parcours als “invaller” om te zetten in een effectieve aanstelling als minister van mobiliteit en openbare werken.

Open Vld Lier wenst de beide ministers veel succes en “arbeidsvreugde” en aan heel de Vlaamse ploeg veel inspiratie om Vlaanderen efficiënt, performant en warm te besturen.

Participatie of geen participatie, deel 2: wat is de opdracht van een gemeenteraadslid?

By | Weblogberichten

In onze Lierse gemeenteraad zijn een aantal politieke fracties duidelijk voorstander van meer burgerbetrokkenheid, andere blijven zweren bij de zuiver representatieve democratie: burgers hebben aan gemeenteraadsleden, die behoren tot politieke partijen, hun stem gegeven en die moeten het dan maar verder oplossen.

Los van deze twee zienswijzen, de eerste wint aan kracht, de tweede lijkt langzaamaan compleet voorbijgestreefd, is er binnen de gemeenteraad ook discussie over de betrokkenheid van de gemeenteraadsleden zelf bij het beleid.

Er wordt geklaagd over het feit dat gemeenteraadsleden te laat op de hoogte gebracht worden van plannen van de meerderheid, meestal pas op het ogenblik dat er geen gedachtewisseling meer mogelijk is, dat te veel onderwerpen alleen in de beslotenheid van het schepencollege besproken en getrancheerd worden, dat er geen transparantie is over het waarom van bepaalde beslissingen,…

Ik denk zelf dat dit niet helemaal juist is, of dat het alleszins niet juist zou moeten zijn. Gemeenteraadsleden hebben veel mogelijkheden om de vinger aan de pols te houden en met de schepen wiens bevoegdheden zij opvolgen, in debat te gaan over allerlei onderwerpen die hen interesseren of aanbelangen.

We stellen in de praktijk vast dat gemeenteraadsleden in onze stad deze mogelijkheden amper gebruiken. Ze leunen als het ware naar achter en laten de agenda’s op hen afkomen. Ze doen geen voorstellen om de dagorde van de commissievergaderingen aan te vullen met punten waarover gediscussieerd kan worden zonder dat er onmiddellijk een besluitvorming moet volgen.

Ze stellen in de gemeenteraad wel mondelinge vragen en interpelleren het schepencollege, en dat is goed. In de commissies echter, het forum bij uitstek van overleg, gedachtewisseling en discussie, spelen de meeste gemeenteraadsleden te weinig hun rol van volksvertegenwoordiger. Hier liggen zeker meer kansen te grijpen! Ik nodig elk gemeenteraadslid uit om er gebruik van te maken. Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Participatie of geen participatie: wie is liefhebber?

By | Weblogberichten

In de gemeenteraad van Lier werd deze week geïnterpelleerd over de voortgang van de meerjarenbeleidsplanning en de (al dan niet) weinig transparante manier van werken hierbij door de meerderheidspartijen.

Ik gaf in mijn antwoord op de interpellatie een opsomming van de acties die al werden ondernomen inzake de voorbereiding van de meerjarenbeleidsplanning zoals het uitwerken van een omgevingsanalyse, de bevraging en toelichting van de administratie, en de toekomstavonden.

In hun reacties bleek hoe verschillend politieke partijen in hun geheel en gemeenteraadsleden elk afzonderlijk, denken over participatie, inspraak en betrokkenheid. Wat voor de ene partij veel te ver gaat, is voor de andere al geen aandachtspunt meer.

Zo was het organiseren van onze toekomstavonden waarbij burgers gevraagd worden mee na te denken over de toekomst van onze stad, een maat voor niets voor het Vlaams Belang en lijkt ook N-VA eerder een koele minnaar. Groen en CD&V zijn wel liefhebber, Groen zelfs in een zeer ver doorgedreven mate maar ze beseffen dat het concept moet groeien.

Zelf voel ik zeer goed de kansen en sterkten van burgerparticipatie maar evenzeer de valkuilen. Mensen betrekken bij beleidsplanning en dan een gedragen voorstel voorleggen is zeker een groot pluspunt, dat is waar we in de toekomst naartoe willen. Maar je kan niet vermijden dat op sporadisch georganiseerde burgerbijeenkomsten, slechts een klein deeltje en nog niet eens het meest representatieve deel van de bevolking afkomt om mee na te denken en te spreken.

Veel mensen zijn niet echt vertrouwd met het begrip “participatie”, weten niet altijd wat van hen verwacht wordt, zijn benauwd om in het openbaar te spreken, ook al hebben ze uitgesproken meningen. Maar diegenen die de stap naar inspraak zetten, zijn overenthousiast en vragen om meer.

Als voorstellen meegenomen worden in het toekomstig beleid, groeit het vertrouwen tussen overheid en burgers. En alleen deze vaststelling al maakt het de moeite waard werk te blijven maken van burgerparticipatie.

 

Mooie samenwerking tussen GO! en stad is meerwaarde voor de sport

By | Weblogberichten

De komende weken zullen zowel de nieuwe gym- en danshal op campus Louis Zimmer als de nieuwe sporthal op campus Arthur Vanderpoorten van Atheneum Lier, plechtig geopend worden.

Beide campussen zijn eigendom van het GO! onderwijs van de Vlaamse gemeenschap. De gym-en danshal en de sporthal werden gebouwd en gefinancierd door de stad en zullen samen gebruikt worden door leerlingen tijdens de schooluren en leden van Lierse sportverenigingen buiten schooltijd.

In de periode van de paars/groene regering 1999-2004 werd er stevig gepleit voor meer samenwerking tussen scholen en lokale besturen om gezamenlijk infrastructuur te gebruiken, vooral voor sportbeoefening.

De toenmalige minister van sport Johan Sauwens en ikzelf als minister van onderwijs schreven er samen een boekje over om de samenwerking te bepleiten, te motiveren en te ondersteunen. In de praktijk duurde het toch even vooraleer de piste door lokale besturen werd opgepikt. Vooral voor nieuwbouw bleven de drempels vaak hoog om toe te komen aan deze vorm van breed en open gebruik van dure infrastructuur.

In dezelfde periode bezocht ik met een delegatie van het Lierse stadsbestuur de toenmalige KTA-site, nu Louis Zimmer. Groot was toen de verbazing bij een aantal collega’s over deze mooie, groene en onbebouwde ruimte, pal in de binnenstad.
Bij heel weinig Lierenaars was het binnengebied, gelegen tussen Predikherenlaan, Oever, vesten en Blokstraat bekend. Ook over de mogelijkheden tot ontwikkeling met recreatief doel was eerder nooit nagedacht.

Na het bezoek werden de gesprekken tussen stad en GO! snel opgestart. De goede relaties die ik steeds met het GO! onderhouden heb, hebben hier zeker hun vruchten afgeworpen. Er was behoefte aan ruimte voor een tennisclub, een extra buitenschoolse kinderopvang, een gymhal voor de turnverenigingen en een danshal voor de leerlingen van onze academie. So what?
Handen in elkaar en samenwerken toch? Tegelijkertijd kreeg het GO! financiële ruimte om voor zijn school nieuwbouw te realiseren op dezelfde campus. Win-win voor alle partijen!

Op de campus Arthur Vanderpoorten werd een vervolg gebreid aan het verhaal: behoefte aan een derde sporthal voor sportverenigingen op Liers grondgebied, ruimte ter beschikking op de campus van de school aan de kant Leuvensevest en de wens van het GO! een breed aanbod sport aan te bieden in ASO en TSO leidden ook hier tot een win-win met de overeenkomst tussen dezelfde partners.

Het mooie verhaal wordt in de komende weken bezegeld met een plechtige opening van de beide nieuwe zalen. Lier zal er alleen maar beter van worden!

“Als je snel wil gaan, ga dan alleen; als je ver wil gaan, ga dan samen!”

By | Weblogberichten

Met bovenstaande uitspraak als uitgangspunt vonden deze week onze twee Lierse toekomstavonden plaats.

Lierenaars werden uitgenodigd deel te nemen aan het participatietraject dat de stad heeft uitgestippeld en waarbij het de bedoeling is hen te laten meedenken en ideeën te laten uitwerken over hoe Lier er over 10 en 20 jaar zou moeten uitzien.

Vier thema’s werden uitgekozen door de adviesraden en voorgelegd aan de opgedaagde bewoners van onze stad: stad in ontwikkeling, groene, schone stad, zachte mobiliteit en warme stad.

Gedurende twee uur werden tafelgesprekken gevoerd, rond telkens 1 thema, in goede banen geleid door een medewerker van de stad die als tafelbegeleider fungeerde. Intense gesprekken, soms zeer tegengestelde meningen aan de tafel, af en toe emotionele verhalen, maar altijd met veel enthousiasme en de overtuiging het welzijn de stad en haar inwoners te verhogen.

Niet alleen wat de stad kan doen voor de burgers maar ook wat de burgers en de stad samen beter kunnen doen, was telkens bij elk onderwerp aan de orde.

De conclusies van de gesprekken die op deze participatieavonden gevoerd werden, zullen volgende week aan het schepencollege worden voorgelegd en besproken worden. De aanzet van de uitvoering van een aantal voorstellen zal meegenomen worden in de meerjarenbeleidsplanning die in de volgende weken vorm krijgt.

De toekomstavonden gaven een verscheiden maar hartverwarmend beeld van inzet en bezorgdheid voor onze stad. Als dit de weerspiegeling mag zijn van wat de toekomst kan brengen, is optimisme gerechtvaardigd en wenselijk. Mooi zo!

Kiezen voor lerarenberoep moet opnieuw sexy worden

By | Weblogberichten

Bij het begin van een nieuw schooljaar worden de verlanglijstjes van onderwijskoepels en andere onderwijsbetrokkenen traditioneel breed uitgesmeerd in de media. Nu er ook een Vlaamse regering met, wellicht een nieuwe onderwijsminister, op komst is, worden de knelpunten nog eens extra belicht, besproken en becommentarieerd.

Logisch want de toekomst van ons onderwijs staat of valt voor een groot stuk met de beleidsvisie van de Vlaamse regering ter zake. De startnota heeft een tipje van de onderwijssluier opgelicht, maar zowel deze tekst als de bijhorende commentaren gaan naar mijn aanvoelen toch schromelijk voorbij aan HET knelpunt bij uitstek en dat is: meer en goede leerkrachten aantrekken voor ons onderwijs.

Zonder genoeg goede leerkrachten moeten we zelfs niet beginnen aan het oplossen van andere problemen zoals een dalende kwaliteit van het onderwijs, nood aan meer gelijke onderwijskansen, nood aan meer gebouwen, meer evenwicht in de flexibilisering van het hoger onderwijs en de hoge schoolkosten in het secundair onderwijs, om er maar enkele te noemen die in alle verlanglijstjes opduiken.

Het lerarentekort werd reeds 10 jaar geleden aangekondigd toen Pascal Smet zijn eerste stappen als onderwijsminister zette en een lerarenloopbaanpact wou afsluiten tussen de overheid, de koepels en de vakbonden. Twee ministers verder is er geen enkele stap vooruitgezet.

De onderwijskoepels hebben het onderwerp intussen ook op nummer één van hun verlanglijst gezet maar langs de kant van de vakbonden blijft het intussen oorverdovend stil. Nochtans zijn zij het die in het verleden het grootste obstakel vormden om meer flexibiliteit en meer autonomie voor de scholen in hun personeelsbeleid mogelijk te maken.

Tegen vakbonden opboksen is niet dankbaar en niet te verkiezen als andere overredingsmiddelen nog niet zijn uitgeput. Soms moeten er echter moedige keuzes gemaakt worden en moet het beleid zeggen waar het op staat! De verantwoordelijkheid is groot, voor beleid én voor vakbonden!

4 september 1944: Lier bevrijd!

By | Weblogberichten

Na de landing in Normandië op 6 juni 1944 duurde het tot begin september vooraleer de geallieerde troepen de Belgische grens bereikten. Op 3 september bereikten de Geallieerden Brussel, Aat, La Louvière, Doornik, Roeselare en Ronse. Een dag later volgden Leuven, Lier, Mechelen en Antwerpen.

De bevrijding van Lier werd grondig voorbereid door het verzet, grondiger dan uiteindelijk nodig bleek wegens de snelle opmars van de geallieerde troepen en de geringe weerstand van de vluchtende Duitse bezetter. Op het grondgebied van Lier vond geen enkel gevecht plaats.

Twee Lierenaars lieten nochtans het leven: een twaalfjarige jongen die geraakt werd door vluchtende Duitsers en een lid van de Witte Brigade die trachtte Duitsers te arresteren.

De eerste dagen na de bevrijding bevond de stad zich in een chaotische situatie: niemand was nog echt de zaak meester. Slechts langzaam zou de controle en de rust weerkeren.

Oorlogsburgemeester Alfred Van der Hallen voelde de grond onder zijn voeten heet worden. Op 4 september bevond hij zich echter nog op het stadhuis. Op die dag overhandigde hij aan een schepen een brief voor zijn voorganger burgemeester Van Cauwenbergh waarin hij hem meedeelde dat hij zijn ambt als burgemeester opnieuw aan Van Cauwenbergh overdroeg. Hij wenste hem rustiger tijden toe dan hij zelf beleefd had en vertrok naar Antwerpen waar hij zou onderduiken.

Burgemeester Van Cauwenbergh nam opnieuw het burgemeesterschap van Lier op en feliciteerde de Lierenaars met hun “kranige en vaderlandslievende houding”.

Op 6 september kon het vooroorlogse college van burgemeester en schepenen opnieuw bijeenkomen in zijn oorspronkelijke samenstelling.

Een verschrikkelijke periode van 4 jaar oorlog kwam ten einde. Velen hadden hun leven gelaten, ook Lierenaars, soldaten en burgers. Zij gaven hun leven voor vrijheid, vrede en een toekomst zonder geweld.

Wij zijn hen veel eer verschuldigd. Vandaag moeten we hen gedenken en hen dankbaar zijn voor hun strijd en hun opoffering!