Category

Weblogberichten

Langer werken? Comfortabeler werken!

By | Weblogberichten | No Comments

Een thema dat de voorbije dagen de verkiezingsdebatten beheerste was dat van de pensioenleeftijd. De voorzitter van N-VA, meestal een kei in beheerste communicatie, deed een wel heel ongelukkige uitspraak door te stellen dat werken na 67 in de toekomst aan de orde zou zijn. Ongelukkig omdat de huidige regelgeving nog niet volledig ingevoerd is, zeker niet verteerd, en onvoldoende omkaderd door “werkbaar werk”-maatregelen.

Het thema van de pensioenleeftijd is terecht een heel belangrijk onderwerp waar veel medeburgers zich zorgen over maken. “Zal mijn pensioen betaalbaar zijn? , zal ik in goede gezondheid kunnen blijven werken?” en “wat als ik ziek word voor mijn 67?”, hoor ik mensen vaak vragen.

Het is daarbij onze stellige overtuiging dat heel veel mensen weinig problemen hebben met langer werken, het moet wel goed op voorhand duidelijk zijn hoelang, in welke omstandigheden en tegen welk loon, eventueel in combinatie met een gedeeltelijk pensioen.

Ik word zelf 65 deze zomer, bevind mij dus pal in de leeftijdscohorte waarin in de toekomst nog gewerkt zal moeten worden. Ik ben zelf redelijk fit en in een betrekkelijk goede conditie. Toch voel ik zeer goed dat een 65-jarige absoluut niet meer dezelfde hoeveelheid werk aankan aan hetzelfde tempo en in dezelfde omstandigheden als een 40- of 50-jarige.

Misschien zijn we intussen wel goed en zelfs beter in andere dingen dan jongere generaties , maar verschil is er alleszins. Afbouwen of omturnen is dus aan de orde. Ik kon dit gelukkig zelf beslissen door mij in 2014 niet meer verkiesbaar te stellen voor het Vlaams parlement en genoegen te nemen, zoals nu ook weer, met een ondersteunende rol bij de verkiezingen op Vlaams niveau.

Al mijn aandacht gaat nu naar het lokale politieke niveau. Het is plezierig dat ik daar mijn tijd en energie kan in stoppen. En dat volstaat. Ik besef dat deze onafhankelijke keuze kunnen maken een voorrecht is en (voorlopig althans) niet voor iedereen weggelegd is. Situaties zijn individueel zeer verschillend en meer maatwerk, naargelang beroep, gezondheid,… zou mogelijk moeten zijn.

Werk maken van “werkbaar werk” stond in het regeerakkoord van 2014 maar is niet naar behoren uitgevoerd. Het wordt een belangrijke uitdaging dat in de volgende jaren wel te doen. Gezonde mensen op een aangename manier langer laten werken, wordt anders een loze uitdaging.

Welbevinden op school: natuurlijk is dat belangrijk!!!

By | Weblogberichten | No Comments

Sinds het laatste OESO rapport nog eens benadrukte dat de kwaliteit van ons onderwijs dalende is, blijft onderwijs het onderwerp bij uitstek in debatten over de Vlaamse verkiezingsprogramma’s.

Met N-VA op kop wordt door rechtse partijen ijverig met de vinger gewezen naar “pret-pedagogiek” en het streven naar sociaal evenwicht in onze scholen, als grote boosdoeners. “Pret-pedagogiek” is een misleidende naam, uitgevonden door zij die zuivere kennisoverdracht en amper meer dan dat, als ultieme en unieke doel van onderwijs zien.

Nochtans is er niets mis met het streven om kinderen en jongeren liever naar school te laten gaan. Net dit en het streven naar een meer sociale mix in alle scholen, hebben er in de voorbije decennia voor gezorgd dat veel van onze scholen zijn uitgegroeid tot meer open en brede scholen.

Een verhoogd welzijn voor alle leerlingen is niet hetzelfde als alleen leuke dingen op school. Het heeft te maken met zich veilig en erkend voelen, met voeling hebben met de leerstof en met probleemloze sociale contacten. Dat is juist de voedingsbodem om te KUNNEN leren, om respectvolle relaties op te bouwen tussen leerkrachten en leerlingen, en leerlingen onderling.

De tijd dat jongeren met leerachterstand op de laatste bank zaten, een heel jaar lang, dat pesten niet werd bestraft en dat leerkrachten ongemoeid werden gelaten als ze leerlingen denigrerend behandelden omdat ze sommige onderdelen van de leerstof niet direct begrepen, ligt gelukkig lang achter ons.

DAT was de tijd dat er geen aandacht werd geschonken aan het welbevinden van leerlingen op school. Daar willen we toch in geen geval naar terug?

Marleen Vanderpoorten

 

Sterk door werk

By | Weblogberichten | No Comments

Deze week werd de vierde jobbeurs voor laaggeschoolde jongeren georganiseerd. Deze jobbeurs is ontstaan uit een unieke samenwerking van beleidsmakers en organisaties, actief op het domein van werk/tewerkstelling en ondernemen.

De vaststelling van enkele jaren geleden, namelijk het zeer hoge aantal laaggeschoolde jongeren in Lier, heeft lokale overheid, VDAB, onderwijs, werkgevers en privé- initiatieven toen samengebracht om na te denken over oplossingen. Hieruit is een charter tot stand gekomen waarin doelstellingen werden geformuleerd die op hun beurt tot acties aanleiding hebben gegeven. De jobbeurs voor laaggeschoolde jongeren is er daar 1 van.

De lokale overheid is zich zeer bewust van het grote belang van werk voor iedereen maar vooral ook voor jonge mensen. Onder het motto “Sterk door werk” is een luik over werk en tewerkstelling opgenomen in het bestuursakkoord. Dit luik zal in het meerjarenbeleidsplan verder in doelstellingen en concrete acties worden uitgewerkt.

Bedoeling is dat we als lokale overheid de vinger aan de pols houden over de evolutie van de werkloosheid in het algemeen en de jongerenwerkloosheid in het bijzonder, dat we gerichte initiatieven nemen, dat we zelf extra tewerkstelling voor de doelgroep tot stand brengen, dat we onze partners sensibiliseren en dat we informeren en faciliteren waar nodig. We zetten daarom ook extra in op het verwerven van het Nederlands.

Een brede tewerkstelling creëert een grotere zelfredzaamheid bij meer mensen, een grotere zelfstandigheid en een grotere vrijheid. Het is een pijler van een meer tevreden samenleving.

Intussen werden er verschillende initiatieven succesvol in het veld gezet of opgestart waarvan de meest recente het hernemen van de mobiele horeca-medewerker en het jobatelier (waarbij mensen o.a. leren solliciteren – door Samenlevingsopbouw). Bestaande initiatieven zoals Missing Link, de Brug en het Plus-project worden onverkort verdergezet.

Het allerbelangrijkste is wellicht dat er binnen de samenwerking tussen de partners gezocht wordt naar de juiste begeleiding om maatwerk te kunnen leveren voor elke werkzoekende zodat voor iedereen (die niet onmiddellijk arbeidsklaar is) een traject wordt uitgestippeld waardoor de juiste arbeidsattitudes en kennis worden aangescherpt.

Vertalen al deze inspanningen zich nu op het terrein? Zonder in detail te willen treden over de cijfers, geef ik dit mee: sinds de opstart van de initiatieven 3 jaar geleden is het aantal laaggeschoolde jongeren in Lier met 25% gedaald. De Lierse cijfers lagen toen een stuk hoger dan die van de regio Mechelen en Vlaanderen.

Vandaag is het aandeel jonge werklozen in het geheel van de werkloosheidscijfers in Lier perfect op gelijke hoogte met die van Vlaanderen en iets lager zelfs dan die van de regio Mechelen (18,4 tegenover 19%), wat goed nieuws is.

Binnen de groep van jonge werklozen zelf blijft het aantal van de laaggeschoolden in Lier echter groter dan in de regio en in Vlaanderen (61,8% tegenover 57,2% in de regio en 56,2% in Vlaanderen). De cijfers op zich evolueren gunstig en dalen ten opzichte van maart vorig jaar met 5.4% maar het aandeel in het geheel van de jeugdwerkloosheid blijft voor laaggeschoolden te hoog.

Dit leert ons dat we moeten blijven inzetten op deze vrij hardnekkige groep van ongekwalificeerde uitstromers en dat vooral de link tussen onderwijs en werk nog moet versterkt worden. Hoe komen we ongekwalificeerde uitstromers snel op het spoor en kunnen we ze snel op een aangepast traject naar werk zetten? Dit is wellicht de grootste uitdaging waar we voor staan.

We moeten daarom de Lierse scholen aansporen de kans van het duaal leren te grijpen. Duaal leren heeft de voorbije drie jaar via pilootprojecten in veel Vlaamse scholen ingang gevonden en kan vanaf volgend schooljaar uitgerold worden over gans Vlaanderen. Het is een uniek systeem van leren en werken.

Lierse scholen zouden deze kans moeten grijpen omdat het een uitstekende manier kan zijn om jongeren die ongekwalificeerd dreigen uit te stromen, een nieuwe uitdaging te bezorgen. Als lokale overheid zijn we geen inrichter van onderwijs, we kunnen dus zelf geen initiatief nemen, maar onze bezorgdheid terzake uiten kunnen we natuurlijk wel en dat doe ik bij deze.

Marleen Vanderpoorten

De doeners van Lier: go!

By | Weblogberichten | No Comments

 

 

Het is een open deur intrappen te zeggen dat de verkiezingen van 26 mei heel belangrijk zijn! Verkiezingen zijn dat altijd: ze maken het mogelijk dat alle kiezers hun waardering of afkeuring voor het gevoerde beleid kunnen uiten en er al dan niet voor opteren om dit beleid verder te zetten.

Open Vld heeft met sterke ministers een serieuze stempel gedrukt op de federale en Vlaamse regering. Bij de bevoegdheden van onze ministers voelt onze partij zich goed en dat was ook te merken aan  de genomen beslissingen: op de domeinen financiën, digitalisering, energie, migratie, volksgezondheid en cultuur is een mooi parcours afgelegd. Wij willen dit graag verder zetten.

Ook over onderwijs, ethische kwesties, mobiliteit, welzijn, werk en ondernemerschap is onze partij vooruitziend en vooruitstrevend in haar standpunten. Redelijke en goed overwogen uitgangspunten koppelen aan “hartelijke” beslissingen is ons kenmerk.

In Lier gaan we met drie kandidaten de stembusstrijd aan: Walter Grootaers (plaats 17 Vlaams parlement), Els Hendrickx (11de opvolger Kamer) en ikzelf als lijstduwer voor het Vlaams parlement hopen op veel steun van veel Lierenaars en andere kiezers uit de provincie Antwerpen.

Walter heeft al een aantal campagnes achter de rug en is intussen een electorale zekerheid gebleken. Voor Els is het de eerste campagne op een federale lijst nadat ze zich vorig jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen helemaal “gesmeten” heeft. Mooi zo!

Ikzelf ga mijn 19de en wellicht laatste campagne in. Nu weliswaar als lijstduwer en steun voor de lijst maar nog altijd met veel plezier. Aan de kant staan terwijl de partij veel steun en stemmen kan gebruiken? Dat zit er vandaag nog niet in.

Ik hoop dat veel kiezers meer dan ooit beseffen dat Open Vld, als enige partij, voluit gaat voor vrijheid en voor vrije mensen. En ons daarom steunen! Alvast bedankt!

 

Participatie is meer dan informatie verschaffen

By | Weblogberichten | No Comments

Als schepen van participatie en wijkwerking heb ik mij de voorbije weken helemaal ondergedompeld in literatuur en goede praktijkvoorbeelden over dit onderwerp.

Participatie en wijkwerking is immers als belangrijk item opgenomen in ons bestuursakkoord en moet daarom nog voor de zomervakantie uitgetekend worden in een conceptnota.

Woorden die ik voortdurend tegenkom in teksten over het onderwerp zijn “draagkracht”, “openheid”, “vertrouwen” en “dialoog”. In discussies met collega’s en medewerkers merk ik ook vaak de compleet verschillende invulling van het woord “participatie”. Terwijl sommigen participatie verengen tot “informatie verstrekken” wil de andere kant van het spectrum liefst elke politieke beslissing laten afhangen van een “volksvergadering.”

Geen van beide zijn realistisch en ook niet te verkiezen. Elk participatietraject start weliswaar bij “informeren”, het is ook de eerste trap op de participatieladder, maar inspraak en samenspraak bakenen we best goed af en overleggen doen we idealiter met een publiek dat de grenzen en het kader kent.

Het zal daarom heel belangrijk zijn  in onze conceptnota duidelijk te maken wanneer we informeren, wanneer we luisteren, wanneer we overleggen en wanneer we medezeggenschap organiseren, met wie we dat doen en op welke manier we dit organiseren.

Werk maken van participatie vergt tijd, veel energie en inzet van bekwame mensen die het participatiegegeven in de vingers en (vooral) in het hart dragen. Werk maken van participatie eist ook vooral een politiek bestuur dat ruimte wil geven aan bottom-up besluitvorming, een andere manier van omgaan met beslissen en met beslissingsprocessen.

 

Alleen al de geesten scherpstellen en een open mind creëren, gericht op luisteren en niet op het eigen gelijk, vraagt inspanningen van elke bestuurder.

 

Werk aan de winkel! Maar…we zijn er klaar voor!

Waarom we moeten blijven herinneren

By | Weblogberichten | No Comments

Omdat ik deze week een lezing geef over het leven van Arthur Vanderpoorten, mijn grootvader, heb ik mij de voorbije weken (opnieuw) verdiept in een aantal teksten en boeken die over hem zijn verschenen. Ik heb ook tientallen persoonlijke brieven gelezen die ik korte tijd geleden van mijn tante, zijn oudste dochter, kreeg.

Ik ken natuurlijk al van toen ik een kind was heel wat wetenswaardigheden en bijzonderheden over het leven van mijn grootvader: zijn politieke carrière, zijn krijgsgevangenschap in verscheidene concentratiekampen en zijn dood in miserabele omstandigheden zijn ons vaak en uitgebreid verteld.

Maar als ik zijn persoonlijke brieven erbij neem, ze lees en herlees, dan word ik toch nog geconfronteerd met een mij minder goed gekende man. In de eerste plaats spreekt uit de brieven het uitgesproken engagement en de onmiskenbare werkkracht om in onbezet Frankrijk een vluchtelingenroute voor Belgen op te zetten.

In de tweede plaats tonen ze ook een vaak door melancholie overmand persoon. Een onbeschrijflijk diep verlangen naar zijn familie, vooral zijn vrouw en kinderen, komen in elke brief tot uiting. De brieven beschrijven ook de twijfel en de angst voor de toekomst, de onzekerheid over welk standpunt in welke omstandigheden het juiste is, de trouw aan België, de hoop op een compromisvrede, de angst voor radicalisering…

En net dit laatste is vandaag actueler dan ooit. Aanslagen van radicale strijders met welke drijfveer dan ook, zorgen ook vandaag nog voor al te veel bloedige conflicten die, na al die eeuwen, compleet mensonwaardig zijn. Telkens zijn het zwart-witdenkers, extremisten zonder enig gevoel voor nuance, die het vuur, vaak letterlijk, aan de lont steken.

Lessen zijn er nog steeds niet getrokken, of willen sommigen niet trekken. Daarom moeten we met levensechte voorbeelden, zoals het leven van mijn grootvader, duidelijk maken wat de gevolgen kunnen zijn. Daarom moeten we blijven herinneren.

Als de liefde van alle kanten komt, komt het goed!!

By | Weblogberichten | No Comments

De OCMW-raad besliste eerder deze week de voetbalterreinen in Kessel, jarenlang het bekende jeugdcentrum van Lierse SK, te verkopen aan de voorzitter van het huidige Lierse Kempenzonen.

Deze beslissing kwam er niet zonder slag of stoot. Niet alleen het zakelijke dossier op korte tijd rondkrijgen, zorgde voor enige kopzorgen maar vooral de emotionele reacties van de beide supporterscohorten binnen een rationeel kader houden, vergden voor velen een hen onbekend relativeringsvermogen.

Na het faillissement van Lierse SK lagen de jeugdspeelvelden er verlaten bij, in slechte staat daarenboven, getuige o.a.de volledig versleten kantine en kleedkamers. Aangezien de nood aan terreinen voor jonge Lierse voetballertjes echter groot was en is, claimden het nieuwe Lyra-Lierse én het heropgestarte Lierse Kempenzonen allebei het speelrecht op deze site.

De toenmalige OCMW-raad sloot daarom vorig jaar een overeenkomst af met beide clubs die, in verhouding tot hun aantal spelertjes, speelrecht kregen. Intussen investeerden stad/OCMW aanzienlijk in de Kesselse terreinen om ze speelklaar te maken.

Het is echter nooit de bedoeling geweest veel geld te besteden aan dit complex dat niet eens in onze stad is gelegen. Investeringen in sportinfrastructuur zijn nog altijd broodnodig maar ze moeten wel getuigen van een toekomstvisie.

Daarom heeft de huidige meerderheid ervoor gekozen de werken aan de Kesselse site te beperken tot wat nu gebeurd is en met beide handen het bod te aanvaarden dat de voorzitter van Lierse Kempenzonen gedaan heeft op de gronden in Kessel: hij koopt de grond en bouwt met eigen middelen een jeugdsportcomplex voor zijn club.

Stad/OCMW en betrokken clubs kunnen zich op deze manier concentreren op een nieuw, modern sportcomplex op de Hoge Velden voor ALLE Lierse voetballertjes. Lyra-Lierse is alvast uitgenodigd hun plannen uit te doeken te doen aan het stadsbestuur annex hun financiële onderbouwing.

Als de liefde van alle kanten komt, is voor de Lierse sport een mooie toekomst weggelegd!

Supportersharten zijn zelden goede politieke raadgevers

By | Weblogberichten | No Comments

Volgende maandag staat op de agenda van de gemeente- en OCMW-raad de verkoop van de jeugdvoetbalterreinen in Kessel. Deze terreinen zijn eigendom van het Lierse OCMW en werden reeds decennia gehuurd door Lierse SK als jeugdcentrum.

Na het faillissement van Lierse SK in 2018 kwamen de terreinen vrij en besliste de OCMW-raad ze te laten bespelen door de jeugd van de nieuwe clubs Lierse Kempenzonen en Lyra-Lierse in onderling overleg. Dit gebeurde ook, maar al gauw bleek dat de kosten aan deze totaal versleten accommodatie van die aard waren dat ze stad/OCMW te veel geld zouden kosten.

Het is nooit de bedoeling geweest zwaar te investeren in deze gronden. Tegelijkertijd bood Lierse Kempenzonen zich aan als potentiële koper van de terreinen.

Na grondig overleg tussen de bestuurspartijen van stad/OCMW blijkt verkopen de meest redelijke oplossing te zijn: de verloederde terreinen zullen tot een degelijk jeugdvoetbalcomplex worden omgevormd, Lyra-Lierse krijgt nog twee jaar de mogelijkheid er ook gebruik van te maken, intussen wordt verder geïnvesteerd in de Hoge Velden als toekomstig sportcentrum, de opbrengst van de terreinen in Kessel wordt geïnvesteerd in sociale projecten op het grondgebied van onze stad.

Natuurlijk worden de pro en contra-argumenten door heel voetbalminnend Lier op de weegschaal gelegd. Maar als goede huisvader (en -moeder) moet een stadsbestuur in eerste instantie rekening houden met het algemeen belang. In deze is dat: een rationeel beheer van het patrimonium van stad/OCMW en een realistische toekomstvisie rond sportterreinen voor zoveel mogelijk sportende jongeren (Hoge Velden).

Wie wint erbij als de Lierse Kempenzonen-jeugd uit Lier vertrekt en niemand nog investeert in de terreinen in Kessel? In deze geldt meer dan ooit dat supportersharten nu even plaats moeten maken voor een rationeel beheer in het algemeen belang, ook al uit dat algemeen belang zich op iets langere termijn.

Adviesraden krijgen eerste woord over optimalisatie burgerbetrokkenheid bij beleid.

By | Weblogberichten | No Comments

Maandagavond komen alle adviesraden samen om te brainstormen over hun toekomstige rol. De (her)waardering van adviesraden is een belangrijke paragraaf in het hoofdstuk “participatie en wijkwerking” van het bestuursakkoord.

Hoe kan de werking van adviesraden optimaler verlopen, hoe speelt het beleid efficiënter in op hun voorstellen en suggesties? Blijven alle adviesraden bestaan in de samenstelling die ze nu hebben? Of kan ook dat beter? Is er overlap met de beheersorganen en met elkaar ? Of is deze overlap juist een voordeel? Wat is de link tussen adviesraden en burgerbetrokkenheid in het algemeen? Hoe kunnen we een participatieve democratie en een wijkwerking organiseren op een transparante, rechtlijnige manier?

Eigenlijk vertrekken we voor dit laatste van een wit blad en is het nu het uitgelezen moment geëngageerde bewoners van onze stad en deelgemeente aan het woord te laten over hoe zij zelf hun toekomstige participatie aan het beleid zien. Ik kijk uit naar de inbreng van alle aanwezigen. Dat er een belangrijke stap wordt gezet in het erkennen van inspraak en samenspraak over de toekomst van onze stad, lijkt mij overduidelijk!

Bouwmeester en participatie

By | Weblogberichten | No Comments

 

De Vlaamse bouwmeester heeft in de voorbije jaren heel wat sympathie en steun gekregen van politici, ambtenaren e.a. burgers inzake zijn ideeën over het toekomstige bouwen.

Open ruimten sparen, veel groen voorzien en hoger en dichter stapelen in verstedelijkte kernen zijn de speerpunten. Klinkt logisch als we een toekomst willen waar comfortabel wonen gekoppeld wordt aan voldoende ruimte en natuur voor iedereen. Ik zou er in onze stad direct willen aan beginnen!

Maar het blijft vooralsnog dromen. Hoe hoger en dichter bij elkaar bouwen in (vaak deels geklasseerde) stadskernen moet gerealiseerd worden zonder erfgoedconsulenten en centrumbewoners frontaal tegen hun kar te rijden, is mij een raadsel.

In Lier zijn heel wat gebouwen geklasseerd als monument, behoren ze tot een geklasseerd stadsgezicht of tot de buffer ervan. Daarom zijn ze niet of slechts heel gedeeltelijk verbouwbaar. Daarenboven zijn buurtbewoners er telkens als de kippen bij om hun (echte of vermeende) rechten aan te spreken als hun zonlicht bedreigd wordt, de regels rond inkijk niet gerespecteerd worden of een nieuw bouwproject voor extra mobiliteit dreigt te zorgen.

Dan maar naar de rand van Lier? Maar we zouden toch de schaarse groene en open ruimten vrijwaren met een betonstop? Daarom stelt de Vlaamse bouwmeester net voor in de stedelijke kernen hoger en dichter te bouwen….

In mijn nieuwe bevoegdheden als schepen komen participatie en burgerbetrokkenheid, en monumentenzorg elkaar tegen. Zo vinden onze bewoners dat al onze monumenten zeer toegankelijk moeten zijn, zelfs als dat raakt aan de historische karakteristieken van een gebouw. Erfgoed vindt dit niet altijd kunnen….

In dialoog kan er veel opgelost worden, hopelijk ook de niet altijd gelijklopende belangen en wensen van participerende bewoners en van erfgoed.
Wordt ongetwijfeld vervolgd. De restauratie van het begijnhof is een eerste testcase.