Category

Weblogberichten

Nieuw stadsbestuur voorgesteld

By | Weblogberichten | No Comments

“Investeren, vergroenen, participeren en activeren” zijn de kernwoorden van de startnota die deze week door de partijvoorzitters van coalitiepartners Open Vld en N-VA en hun nieuw schepencollege werd voorgesteld.

Het nieuwe bestuur gaat van start met heel wat mensen die ook in de huidige legislatuur een uitvoerend mandaat hadden. De continuïteit zal dus groot zijn. Anderzijds is het nieuwe bestuur er ook in geslaagd heel wat nieuwe accenten te leggen in de startnota. Dit is uiteraard wenselijk wegens de talrijke uitdagingen die het te wachten staat.

Zo wordt de verdere stadsontwikkeling, binnen aanvaardbare normen, een hele kluif, nog meer “proper Lier” is zeker aan de orde, investeren in straten en monumenten, de uitbouw van de Hoge Velden en een nieuw cultureel centrum zijn dat ook. Dit alles binnen een gezond financieel plaatje tot stand brengen, wordt het werk voor de komende maanden. Een beleidsplan en meerjarenbegroting voor de volgende legislatuur moet immers in het najaar van 2019 aan de OCMW- en gemeenteraad worden voorgelegd.

De uitdaging in het bijzonder is wellicht te komen tot een goed luisterend, burger-betrokken en participatief stadsbestuur. Hier is veel werk aan de winkel want dit item was, laten we eerlijk zijn, in de voorbije jaren geen prioriteit.

De bevoegdheden van onze Open Vld-schepenen zitten bij uitstek vol van de genoemde uitdagingen. Daar hebben we ook voor gekozen en dat zit in ons DNA: niet overgaan tot de orde van de dag maar van uitdagingen kansen maken.

Gewoon doen!

Open Vld scoort met vrouwen!

By | Weblogberichten | No Comments

Het is ooit anders geweest maar dezer dagen scoort onze Open Vld goed met de lancering van vrouwen. Dit weekend kwam het nieuws dat de Limburgse Lydia Peeters Bart Tommelein opvolgt in de Vlaamse regering. Tegelijkertijd heeft voorzitter Gwendolyn Rutten haar voornemen bekend gemaakt  meer vrouwen te positioneren op de eerste plaats van de lijst van Kamer of Vlaams Parlement.

Sinds de verplichting bestaat dat de nummers 1 en 2 op de lijsten van een verschillend geslacht moeten zijn, zijn er weliswaar veel meer vrouwen gekozen geraakt in de parlementen maar ze bleven wel in alle partijen in de minderheid. Ook in de regeringen is het nog steeds niet evident  evenveel vrouwen als mannen tot minister benoemd te krijgen!

Ook in onze eigen partij was het tot voor kort geen streefdoel  de genderverhouding echt evenwichtig te hebben. Nu dus wel. Gwendolyn maakt er werk van, dat is ze aan zichzelf en aan de partij ook wel verplicht. Ze wil graag een rolmodel zijn in het soms harde politieke bestaan en slaagt daar ook wonderwel in. Ze doet dit als voorzitter van onze partij en zal dit vanaf 1 januari ook doen als burgemeester van Aarschot. Dicht bij de mensen.

De tijd van de haantjes aan de top van onze partij lijkt alleszins voorbij. De lijstvorming voor de verkiezingen van 26 mei zal moeten bewijzen of de visie van Gwendolyn op genderverhoudingen en de rol van vrouwen in de politiek, in de hele partij gedragen wordt en in alle provincies navolging krijgt. Het wordt (weer) een boeiend nieuw jaar. Ben benieuwd!

Onderwijstop (nog steeds) geen afspiegeling van onderwijsrealiteit!

By | Weblogberichten | No Comments

Vorige week werd door ICOR (Interuniversitair Centrum voor Onderwijsrecht en –beleid) 60 jaar Schoolpact in de kijker geplaatst. Tal van eminente sprekers die zowat het ganse onderwijsveld vertegenwoordigden hielden er toespraken, gingen in debat of probeerden (voorzichtig) een knelpuntje in het huidige onderwijsbeleid bloot te leggen. Voorzichtig inderdaad, want het moest vooral een viering worden en geen stekelig over en weer gediscussieer.

Geen zwaar inhoudelijke statements dus. Van de plenaire vergadering op de openingsavond is mij ook niet veel bijgebleven. Wat mij wél is opgevallen en bovenmate gestoord heeft, is dat de impact van het katholiek onderwijs op het beleid en van zijn getrouwen in allerlei organisaties opnieuw zoveel duidelijker aanwezig is dan pakweg 10 jaar geleden. Dit hoorde ik niet zozeer in de tussenkomsten en toespraken maar ik zag het aan de invulling van namen naast functies. Door de aard en de initiatiefnemers van de manifestatie zal dit beeld ongetwijfeld disproportioneel versterkt zijn, maar toch…

Ik had zelf wat studiewerk verricht in aanloop naar de bijeenkomst en had veel teksten herlezen, van anderen en van mezelf, die in de periode van het ontstaan van het decreet over gelijke onderwijskansen (het onderwerp waarover ik moest spreken) gepubliceerd werden.

We schreven toen 2002. Inschrijvingsrecht in alle scholen, voor alle kinderen, was één van de pijlers waarop het decreet uitgewerkt werd. Het was ook één van de discussiepunten waar de toenmalige CD&V-oppositie stevig tegen van leer trok. Volgens hen moesten scholen immers de vrijheid hebben leerlingen te weigeren…

Ik blijf erbij dat het decreet nooit zou zijn goedgekeurd in een andere dan paarse Vlaamse regering. Een regering met CD&V zou veel meer de kant van het (soms elitaire) katholiek onderwijs gekozen hebben en veel minder die van de gelijke onderwijskansen in alle scholen.

Het decreet is door de onverzettelijkheid van de toenmalige paarse meerderheid onder mijn ministerschap goedgekeurd, en heeft, ondanks de wijzigen en bijsturingen die er sindsdien aangebracht zijn, stand gehouden. Het is echter tot dusver de enige beleidsmatige stap die gezet is om de almacht van de katholieke scholen in te perken.

In tijden waarin, nog steeds, ongeveer 75% van de ouders hun kinderen naar katholieke scholen sturen terwijl tegelijkertijd de “ontkerkelijking” met rasse schreden toeneemt, zou men kunnen verwachten dat ouders en jongeren de “K” in het pedagogisch project meer en meer in vraag zouden stellen. Daarenboven wordt het katholiek onderwijs, anders dan vroeger, voor bijna volle 100% betaald door de overheid: is het dan niet hoog tijd dat meer pluralistische projecten in meer scholen aan de orde zijn?

Regelmatig hoor ik ouders de “K” in vraag stellen maar hun kinderen toch vrolijk elke morgen aan de “K”-school afzetten…Ik vraag hen dan of ze weten waar die “K” voor staat. Ik zie ze denken “kwaliteit” maar ze durven dat nog net niet zeggen …

Misschien toch tijd als Open Vld hier klare taal te spreken?

Niet zomaar overgaan tot de orde van de dag…

By | Weblogberichten | No Comments

De verkiezingen in Lier zijn positief verlopen voor N-VA en Open Vld. De coalitie tussen beide partijen wordt voortgezet met een eerder krappe meerderheid, maar dat heeft ook in de vorige bestuursperiode voor geen enkel probleem gezorgd. Er zullen enkele nieuwe schepenen in het college komen en met de bevoegdheden wordt wat geschoven. Klaar is Kees dus? Over tot de orde van de dag? Neen, dat  nu ook weer niet.

Tijdens de verkiezingscampagne werden er veel standpunten naar voor gebracht, door alle partijen maar vooral onze partij heeft haar duit hierbij meer dan behoorlijk in het zakje gedaan. Ook al maken we reeds sinds 1983 deel uit van de Lierse coalitie en hebben we heel die tijd de visie voor de toekomst van Lier uitgetekend en mee vormgegeven in de praktijk, het is niet bedoeling om nu zomaar de lijn door te trekken.

De maatschappij evolueert immers razendsnel, ook Lier wordt elke dag diverser, de beleidsuitdagingen zijn immens… Daarom moet elke politicus dagelijks nadenken over de manier waarom hij of zij deze nieuwe uitdagingen wil aanpakken, met welke partners en met welke hedendaagse hulpmiddelen.

Open Vld heeft tijdens de campagne voluit de kaart getrokken van participatie, wijk-en burgerbetrokkenheid en wil dit nu als belangrijkste beleidsthema ook vormgeven in het nieuwe bestuur. Het moet één van de nieuwe accenten worden in de komende  bestuursperiode.

Onze partij is altijd voortrekker geweest van inspraak en medezeggenschap. Zelf heb ik tijdens mijn ganse politieke carrière gehamerd op het belang van samenspraak en medebestuur: als jong Vlaams parlementslid heb ik het voorstel van decreet op de leerlingenraden (vanuit de oppositie) goedgekeurd gekregen, als minister van Onderwijs heb ik werk gemaakt van het participatiedecreet, in Lier heb ik gewerkt aan klachtenbehandeling en wijkmanagement.

Het is nu tijd om de kers op de taart te plaatsen en een brede burger-en wijkparticipatie en –betrokkenheid definitief op gang te trekken in onze stad. Mensen zijn daar klaar voor, ze verwachten deze volwassen vorm van bestuur als nooit tevoren. Beter dan wie ook, besef ik dat deze inspraakvisie niet mag leiden tot eindeloos gepalaver of tot het recht van de sterkste waarbij altijd dezelfde roepers het laken naar zich toe proberen te trekken.

Ik ben er echter ook van overtuigd dat door goed te luisteren naar alle mensen en dan pas plannen te maken en beslissingen te nemen, een bestuur aan draagkracht kan winnen. Openheid leidt uiteindelijk altijd tot respect en tot betere beslissingen.

Een slechte week voor de politiek

By | Weblogberichten | No Comments

De discussie over de benoeming van CD&V-er Steven Vanackere als nieuwe gouverneur van de Nationale Bank was nog in volle gang toen onze partij compleet werd meegesleurd in de gouverneurssaga van de provincie Oost-Vlaanderen.

Au fond is het boeiend en nodig te discussiëren over de manier waarop topmandaten in ons land worden ingevuld. Het enige wat echter na deze week van de moddergevechten blijft hangen bij de publieke opinie, is het platte getouwtrek tussen politieke partijen om HUN kandidaat op een goedbetaalde plek te krijgen.

Het smaakt bitter dat het nota bene over de aanstelling van een gouverneur ging, het ambt waarvan de bekleders er altijd prat op gingen, en er ook in slaagden, om zich boven het politieke gehakketak als bruggenbouwers op te stellen.

Politieke benoemingen, het blijft een moeilijke kluif. In de (meeste) lokale besturen is hier al heel lang komaf mee gemaakt. Onder lichte dwang overigens van dezelfde Vlaamse overheid die nu intern zo verdeeld is over haar eigen benoeming.

Toen ik in 1995 burgemeester was geworden in onze stad, heeft het schepencollege niet zolang daarna unaniem beslist over te gaan naar vergelijkende examens. Daardoor wordt altijd een rangschikking gemaakt en wordt altijd de eerst geplaatste aangesteld. Zonder bemoeienis van wie ook.

Sindsdien wordt er in ons schepencollege nooit nog gediscussieerd over de aanstelling van wie dan ook. Ook in veel andere organisaties is dit de regel. Om volledige objectiviteit te waarborgen moet er natuurlijk wel worden op toegekeken dat de “macht” om de zaken naar de hand te zetten niet verplaatst wordt naar gericht samengestelde jury’s bijvoorbeeld. Dit vraagt enige oplettendheid en verantwoordelijkheid vanwege bestuurders. Maar dat is natuurlijk ook hun opdracht.

Bij benoemingen op het hoogste politieke niveau blijft de spanning tussen objectief en politiek benoemen bestaan. Alle kandidaten voor (top)benoemingen hebben trouwens een minder of meer uitgesproken politieke mening, ze zullen dus ook altijd van één of andere sympathie kunnen “verdacht” worden, ook al hebben ze officieel geen partijlidkaart.

Pleiten voor een examen met assessment, 100 kandidaten de procedure laten doorlopen en dan beginnen ruziemaken over het al dan niet correcte doorlopen van deze aanstellingsprocedure, is natuurlijk al te dwaas. Ofwel was het dossier niet goed voorbereid, ofwel heeft men hierover geen afspraken gemaakt in de Vlaamse regering (bijvoorbeeld: we moeien ons in geen geval), ofwel is het een maat voor niets geweest.

Voor mij is er maar één mogelijke procedure voor functies zoals die van gouverneur van de Nationale Bank en gouverneur van een provincie en dat is een selectie door het parlement, administratief voorbereid door de betrokken federale of Vlaamse administratie, en verder in alle openheid georganiseerd in een bijzondere parlementscommissie.

Iedereen zal kunnen toekijken en alle commissieleden zullen vragen kunnen stellen: geen enkele politicus zal het zich kunnen veroorloven niet de meest geschikte kandidaat voor te dragen. Een moderne democratie waardig! Het vertrouwen tussen burger en politiek zal er wel bij varen!

 

Quid cumul? Iets doen voor onze gemeente?

By | Weblogberichten | No Comments

De weken na de verkiezingen is het altijd enorm boeiend de krantencommentaren te lezen over de verkiezingsresultaten. Hoe leggen journalisten uit waarom de ene partij zo succesvol is en blijft en de andere maar niet doorbreekt, of blijft hangen?  Waarom zijn BV’s of nationale kopstukken soms succesvol op lokaal vlak, en waarom ook niet? Is er de voorbije decennia een verschuiving merkbaar in de reden waarom mensen voor iemand stemmen of waarom juist niet?

Soms vrijblijvende commentaren, vind ik, van roepers aan de kant van het politieke speelterrein. Maar anderzijds toch ook nuttig   het geheel in perspectief te kunnen bekijken. En de situatie in onze eigen stad beter te kunnen duiden en te bekijken of die past in een algemene trend of juist niet.

Wat mij zelf opviel bij het analyseren van de stemmenaantallen, en specifiek dan van  vooruit-of achtergang van nationale partijtoppers, is dat ze niet noodzakelijk beter scoren dan hun lokale partijgenoot. Zowel Alexander De Croo, Hilde Crevits als Joke Schauvliege bijvoorbeeld moesten op de lijst van hun eigen gemeente de plaatselijke (soms waarnemende) mandatarissen laten voorgaan in stemmenaantal.

Deze tendens heeft niet altijd bestaan. Vroeger volstond een klinkende naam op een kieslijst meestal, op welke plaats dan ook, om een heel mooi resultaat neer te zetten. Die tijd lijkt me helemaal voorbij. Kiezers stemmen meer dan vroeger voor nabije mensen die goed werk leveren, aanwezig zijn, begaan met de lokale mensen en met de lokale problemen.

Sommigen Vlaamse en/of federale kleppers à la Bart Somers, Bart Tommelein of Hans Bonte, slagen er toch in met brio gekozen te worden. Wellicht heeft dit dan weer te maken met het feit dat zij duidelijk communiceren dat in geval van verkiezing, het lokale mandaat zeker niet zal moeten inboeten voor hun bovenlokaal engagement. Integendeel, zeggen zij: hun Vlaamse of federale inbreng zal voor de eigen stad alleen maar dossiers in goede banen leiden (lees: geld opbrengen).

Ook  iemand als BDW gebruikt dit voordeel van zijn cumul openlijk als argument om én voorzitter van zijn partij (geen kleintje!) te zijn, én volksvertegenwoordiger én burgemeester van de grootste Vlaamse stad…

In de jaren negentig ijverden de aanhangers van de Nieuwe Politieke Cultuur voor decumul omdat een bovenlokale mandataris juist moet ijveren voor het algemene (bovenlokale) belang en niet voor de belangen van zijn of haar stad waar hij  of zij nu toevallig ook een lokaal mandaat invulde. Dit was een zuivere  stellingname, principieel en correct volgens de letter van de wet en de geest van de volksvertegenwoordiging.

Nieuwe Politieke Cultuur, hoor ik u zeggen, wat was dat weer? Misschien goed in deze dagen van coalitievorming en onderhandelingen over nieuwe bestuursakkoorden, de principes van de NPC eens opnieuw boven te halen en al onze nieuwe (en oudere) mandatarissen er terug mee te confronteren!