Bouwen en wonen in Lier

By 13 april 2018Nieuws

In Lier zijn de voorbije jaren heel wat grootschalige bouwprojecten gerealiseerd of ze zijn in uitvoering. De groeiende vraag naar appartementen is vooral een gevolg van de gestegen bevolking, de verdunning van de huishoudens en de vergrijzing. Lier is door deze talrijke ontwikkelingen uitgegroeid tot een moderne stad die een antwoord biedt aan woonbehoeften van veel burgers.

Heel wat verwaarloosde terreinen hebben zo mooie bestemmingen gekregen. Denken we maar o.a. aan de “gasfabriek”, het vroegere stadsmagazijn Sion en de verlaten militaire kazerne Dungelhoeff.

Intussen is er ook een debat gegroeid over de grenzen aan inbreidingsmogelijkheden, verdichting en invulling van open ruimten: overschrijdt de densiteit van ruimtelijke ontwikkelingen op verscheidene plaatsen de wenselijke norm niet? Hoe hoog willen we dat er gebouwd wordt op verschillende plekken in de binnenstad en aan de rand? Hoe kunnen respect voor onroerend erfgoed en modern wooncomfort ideaal rijmen? En wat met grote bouwprojecten in onze landelijke deelgemeente?

Als de bevolking groeit, is er ook nood aan bijkomende ontspanningsmogelijkheden; als mensen kleiner gaan wonen, is er behoefte aan meer open ruimte voor gezamenlijk gebruik.

Bovendien zal de mobiliteit toenemen bij het bouwen van extra huizen en appartementen. Tenzij we daar het geweer resoluut van schouder veranderen en Lier tot absoluut autovrije (bak)fiets-en wandelstad omvormen.

De ruimtelijke structuurplannen hebben het denken over ruimtelijke planning, eerder dan over afzonderlijke bouwdossiers, voorgoed ingevoerd. Maar toch blijft het moeilijk over legislatuurgrenzen heen een kader vast te leggen, en ook burgers mee te krijgen in denken over “algemeen belang” in plaats van over “eigenbelang”. Het nimby-syndroom is nooit ver weg…

Vlaanderen heeft met zijn bouwmeester een uitstekend verdediger van een nieuwe ambitieuze ruimtelijke planning. Hierbij worden groene ruimten gevrijwaard, wordt er compact, niet te groot, maar open en comfortabel gebouwd, en wordt er heel veel aandacht geschonken aan kindvriendelijke en seniorwaardige publieke ruimten.

Ook een proactieve en transparante inspraakprocedure bij grote projecten is aan de orde. Nu worden burgers al te vaak pas betrokken bij nieuwe initiatieven als het moment van het openbaar onderzoek is aangebroken! Dit is veel te laat en zorgt alleen maar voor veel frustraties bij alle betrokkenen.

Ook de vraag naar voldoende betaalbare woningen voor alleenstaanden en gezinnen is bekend. Kleinschalige renovatieprojecten in de binnenstad moeten in de toekomst voor bijkomend aanbod zorgen en daarom prioritaire aandacht krijgen.

Onze huurmarkt staat eveneens erg onder druk: de prijzen zijn vaak (te) hoog en de kwaliteit niet altijd navenant. Meer kleinere appartementen bouwen is ok, als ook de huurprijzen volgen en betaalbaar zijn voor mensen met een klein inkomen.

Vandaag word ik als OCMW-voorzitter vaak geconfronteerd met Lierenaars die op zoek zijn naar een betaalbaar huurhuis of -appartement. Iemand met een maandelijks leefloon van 895 euro die op een lange wachtlijst voor een sociale woning terechtkomt, is verplicht op de private huurmarkt te zoeken. Hij of zij heeft niet de luxe een afgewogen keuze te kunnen maken en moet vaak een te dure woning huren in verhouding tot de kwaliteit en zeker tot zijn of haar inkomen.

Verhuurders schrikken er soms voor terug te verhuren aan kwetsbare mensen, zonder voldoende eigen bestaansmiddelen. Ze vrezen dat ze niet altijd kunnen rekenen op een correct betaalde huur en op goed onderhoud van hun eigendom, met allerlei onaangename toestanden als gevolg.

We leven op een kantelmoment wat visie rond ruimtelijke planning en wonen betreft . Ook in Lier worden de komende jaren cruciaal voor het toekomstige uitzicht en de leefkwaliteit van onze stad.

Marleen Vanderpoorten