All Posts By

igobert

Nederlands leren en kennen is een must!

By | Weblogberichten

Nederlands kennen om in onze samenleving aan de slag te gaan en een zelfstandig bestaan uit te bouwen, is een absolute must. Dat is nu zo, dat was 100 jaar geleden ook al zo.

Alleen spreken we daar nu over met betrekking tot mensen die zich vanuit andere landen in onze samenleving willen vestigen, integreren en zich er thuis willen kunnen voelen.

100 jaar geleden was de taalstrijd van een totaal andere orde: Vlamingen moesten opboksen tegen een Franstalige burgerij die de administratie, het gerecht en het onderwijs beheerste en overheerste.

Een aantal Vlaamse liberalen waaronder mijn grootvader Arthur Vanderpoorten, voerden toen (ook en niet in het minst in eigen partij) een strijd tegen de verfransing, en voor de vervlaamsing van administratie, gerecht en vooral onderwijs omdat de emancipatie en de zelfredzaamheid van mensen en samenleving ervan afhingen.

Taal is altijd belangrijk. Voor ons, liberalen, niet om de Vlaamse deelstaat te verheerlijken en als ultiem einddoel van ons politiek streven te zien maar omdat het vanuit sociaal oogpunt een eerste vereiste is om samen te kunnen leven, elkaar (letterlijk) te begrijpen en ook aan te voelen. Daarom moeten we als liberalen, waar we kunnen, blijven inzetten op de kennis van het Nederlands. Dit is geen ver-van-ons-bedshow!

In Lier werken we als stadsbestuur uitstekend samen met het volwassenenonderwijs om lessen Nederlands te geven aan mensen met migratieachtergrond. Vorige week keurde het schepencollege een beslissing goed om taalcoaching op de werkvloer te organiseren.

Zo wordt de drempel naar werk verlaagd en wordt de kans op inschakeling fors verhoogd.

Taal en werk gaan samen. Daar op inzetten is van (over)levensbelang voor een begripvolle samenleving!

Af en toe een beetje geduld!

By | Weblogberichten

De voorbije dagen was er in onze stad heel wat gemor te horen over de slechte doorstroming door de gewijzigde verkeerssituatie op het kruispunt Baron Opsomerlaan/tunnel en op de Antwerpsesteenweg voorbij de ring. In beide gevallen werd de verkeersafwikkeling er aangepast omdat er al jarenlang klachten zijn over de onveiligheid, in het geval van de tunnel vooral voor voetgangers en fietsers, in het geval van de Antwerpsesteenweg voor iedereen.

Het gaat dan zoals altijd als er een discussie ontstaat over verkeer en mobiliteit: íedereen heeft er wel eens mee te maken en iedereen waant zich in min of meerdere mate expert terzake. Mobiliteit is echter geen exacte wetenschap: het is niet omdat men op een bepaalde plaats de weg aanpast, dat alle automobilisten op dezelfde manier hierop gaan reageren.

Sommigen zullen zelfs extra creatief worden en zelf een heel ander traject volgen, wat soms tot oplossingen leidt maar soms ook de situatie nog erger maakt. Denk maar aan het onbedoeld gecreëerde sluipverkeer in voorheen rustige wijken. Heel vaak moeten de nieuwe opstellingen na een poosje ook nog bijgestuurd worden. Daarenboven moeten nieuwe situaties ook wennen. Chauffeurs moeten te allen tijde ook rekening houden met de verschillende situatie tijdens spits-en daluren voor de berekening van de tijdsduur van hun verplaatsing. Er wordt meer gefietst, meer gestapt en door believers ook meer getreind en gebust.

Door de Vlaamse overheid wordt de komend jaren volop ingezet op veiliger kruispunten en meer fietspaden. Dat is allemaal goed nieuws. Maar nog meer van dat alles zou nog beter zijn, niet alleen voor de verkeersveiligheid, ook voor onze leefomgeving in het algemeen. En af en toe een beetje geduld vanwege iedereen wanneer wordt gezocht naar de beste oplossing voor zoveel mogelijk weggebruikers is een advies dat we alvast aan alle “verkeersexperten” geven😉.

Burgerplatvorm als inspiratiebron

By | Weblogberichten

In Mechelen gaat de gemeenteraad zich de volgende jaren laten inspireren en bijstaan in zijn beleid door een Burgerplatvorm. Dit zal bestaan uit 50 Mechelaars die geselecteerd worden uit 5.000 mensen, geloot uit alle bewoners van de stad.

Het is 1 van de vele initiatieven die momenteel groeien, en hopelijk ook zullen bloeien, rond participatie en inspraak inzake het lokale beleid.

Ook onze stad zette belangrijke, zij het minder spectaculaire stappen, op het vlak van burgerbetrokkenheid. Zo organiseerden wij twee “toekomstavonden” waarbij burgers uitgenodigd werden mee na te denken over vier belangrijke beleidsthema’s voor onze stad.

Daarnaast werd aan de nieuwe adviesraden, die zich buigen over zowat alle beleidsthema’s, gevraagd hun mening te formuleren over het ontwerp van begroting en meerjarenplan dat in december aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. De meerderheid heeft zich geëngageerd met zowel de uitspraken van de toekomstavonden als de visie van de adviesraden, rekening te houden in de definitieve versie van haar begroting en meerjarenplan. Dit werk is intussen afgerond en zal eerstdaags aan de gemeenteraadsleden worden overgemaakt.

De inspanningen van onze burgers tijdens de toekomstavonden en de inzet van de leden van de adviesraden, om tot gemotiveerde bijsturingen en voorstellen te komen, verdienen waardering en respect. Het is dan ook niet meer dan logisch dat het schepencollege rekening houdt met het geleverde werk, de voorstellen meeneemt of duidelijk argumenteert waarom dit niet kan. We zullen zo tot een beter beleid met meer gedragen voorstellen komen.

Het initiatief van Mechelen zullen we nauwgezet en op de voet volgen. Misschien moet dit ooit een nieuwe stap worden voor onze stad. Maar we gaan op het vlak van participatie stapsgewijs te werk gaan en ervoor zorgen dat alle initiatieven goed uitgewerkt en ondersteund in het veld worden gezet. Wat andere besturen ondernemen kan als voorbeeld strekken, en kan ons op ideeën brengen. Het zijn als het ware proeftuinen waaruit we later de geslaagde experimenten kunnen distilleren.

Het is alleszins boeiend om mee te maken hoe de zuiver representatieve democratie met verkozen vertegenwoordigers aangevuld kan worden met initiatieven van betrokken burgers.
Wordt dus zeker vervolgd!

Brand tegen asielcentra: vele bruggen te ver

By | Weblogberichten

Vorig weekend werd een voormalig rusthuis dat als asielcentrum zou ingezet worden, in brand gestoken door tegenstanders. De daaropvolgende dagen was de verontwaardiging hierover groot en intens in zowat alle geschreven en gesproken media, en bij veruit de meeste politieke partijen en hun aanhangers. 

Niet zo op sociale media en aan sommige cafétogen. De opzwepende en polariserende taal die het extreem-rechtse Vlaams Belang al jaren laat horen  over asielzoekers en integratie , gaat er bij hun aanhangers in als zoete koek. En als heren en dames parlementairen van Vlaams Belang racistisch taalgebruik mogen hanteren, waarom hun aanhangers dan niet, hoor ik zeggen.

De kern van de zaak werd op een sublieme manier samengevat door Vlaams minister van Samenleven Bart Somers, zich richtend tot de VB-fractie:”Ons samenlevingsmodel wordt bedreigd door mensen zoals u, die hun hele politieke leven niets anders hebben gedaan dan haat gezaaid, angst vergroot en mensen tegen elkaar opgezet.”

Niet alleen in Vlaanderen maar ook in mijn stad maak ik het bijna dagelijks mee dat mensen tegen elkaar opgezet worden door onjuiste informatie met racistische motieven vanwege Vlaams Belang in het debat over integratie en samenleven. Deze opruiende taal vindt een gemakkelijke voedingsbodem bij bange mensen. En dat mensen bang zijn is niet vreemd maar door veel beleidsmakers wel zwaar onderschat.

Leven in een diverse en multiculturele maatschappij vraagt sociale vaardigheden en zelfvertrouwen. Zonder deze attitudes kan een snel groeiende multiculturele samenleving voor sommigen eerder bedreigend aanvoelen: de armoede in Vlaanderen blijft bestaan en het schaarse geld zal door meer mensen moeten gedeeld worden, hoor ik bijvoorbeeld vaak zeggen.

En dit terwijl er wel plaats, geld en werk genoeg is om iedereen op weg te zetten naar een zelfstandig leven, zonder afhankelijkheid van de overheid. Hoe bouwen we een veelkleurige wereld vol zelfvertrouwen op? Waar liggen de grenzen van onze solidariteit en van ons eigenbelang? En hoe rijmen ze met elkaar? Dit zijn de kernvragen van het debat dat nu moet gevoerd worden.

Dat het in brand steken van een toekomstig asielcentrum vele bruggen te ver is, en de felicitaties hiervoor op sociale media eveneens: dat is overduidelijk. De dader en zijn sympathisanten mogen op geen enkel, geen enkel mededogen rekenen!

Maar dat mensen, alle mensen, sterker moeten gemaakt worden en correcter geïnformeerd over de oorzaken en gevolgen (ook voor hen) van een diverse samenleving, is eveneens een noodzaak! Dit overlaten aan de desinformerende, opruiende taal en geschriften van extreem-rechts, is onverantwoordelijk.

Bart Somers zette in het Vlaams parlement de eerste stap uiteen in een duidelijke visie. Nu het vervolg nog!

 

Wonen en werken: stadsbestuur steekt grote tand bij

By | Weblogberichten

De tijd dat werk en wonen thema’s waren die alleen bovenlokaal werden “gemanaged” ligt definitief achter ons. Tot ongeveer 10 jaar geleden voelden de meeste lokale besturen en lokale administraties zich zelden geroepen zich intens bezig te houden met het toezicht op het aanbod van kwaliteitsvolle (privaat verhuurde) woningen op haar grondgebied of het beschikbaar zijn van laagdrempelige jobs.

De instroom van mensen met migratieachtergrond aan de ene kant en de meer dan terechte toenemende aandacht voor de problemen van kansengroepen aan de andere kant, hebben bijgedragen tot het besef dat niet de hogere overheid maar wel de lokale besturen het best geplaatst zijn  om deze problemen mee aan te pakken.

De hogere overheid, federaal en Vlaams, moet natuurlijk wel een aantal krijtlijnen uittekenen waarbinnen een beleid van gemeenten kan en moet gevoerd worden, maar lokale accenten kunnen door de eigenheid van de lokale problemen alleen maar door de lokale besturen gelegd worden.

In Lier doen we dat al een tijdje. In het bestuursakkoord en het meerjarenbeleidsplan dat nu op tafel ligt, gaan we nog een hele stap verder. Als bevoegde schepen kan ik daar heel wat toe bijdragen.

Op het vlak van wonen gaat dit stadsbestuur gerichter werk maken van een kwaliteitsvolle woonmarkt door de invoering van een conformiteitsattest, het uittekenen van een woonplan, met sensibilisering van eigenaars om hun woning aan kansengroepen te verhuren, met woonbegeleiding en een woonpremie voor de allerzwaksten, met extra crisiswoningen voor diegenen die plots en zonder direct zicht op een oplossing, op straat komen te staan.

Willen we alle mensen zelfstandig helpen maken, los van het vangnet van vervangingsinkomens, dan moeten we zorgen dat er voldoende jobs zijn om hen ervaring te laten op doen. We moeten ervoor zorgen dat ze snel de Nederlandse taal kunnen leren om zich op de werkvloer uit de slag te trekken.

Nadien moeten we werkgevers meer sensibiliseren om hen een tijdje te begeleiden op de werkvloer zodat ze snel zelf de job kunnen vinden die ze graag doen en die bij hen past. Het Lierse stadsbestuur zal zelf een voorbeeld stellen door werkgevers bijeen te brengen, te informeren en te sensibiliseren en door zelf een aantal jobs ter beschikking te stellen.

Alleen op deze manier zullen kansarmen, met of zonder migratieachterstand, gemakkelijker en duurzamer kunnen integreren in onze Lierse en Vlaamse samenleving. Problemen benoemen deden we al te vaak, problemen oplossen vraagt daadkracht en goede wil!

Nieuwe accenten kleuren het Lierse stedelijk beleid voor de komende jaren

By | Weblogberichten

Ook al wordt de stad Lier in de komende jaren bestuurd door dezelfde meerderheid als in de vorige legislatuur, toch zijn er aanzienlijke verschillen in de accenten die de bestuursploeg van Open Vld en N-VA wil leggen.

De aandacht voor een financieel gezond beleid dat permanent monitort op schuldafbouw zonder de belastingen te verhogen, en beheersing van het personeelsbestand, blijven een constante. Maar het stadsbestuur wil ook meer een investeringsbestuur zijn.

Dit laatste blijkt uit de grote inspanningen die geleverd worden om straten en pleinen (her)aan te leggen, een inhaalbeweging uit te voeren inzake restauratie van monumenten en inspanningen te leveren voor extra sportinfrastructuur en een mogelijke nieuwbouw of renovatie van het cultureel centrum.

Mooie en verzorgde infrastructuur is belangrijk maar de inhoud van projecten is dat natuurlijk nog veel meer. Lier als warme, sociale en zorgzame stad krijgt veel aandacht: een nieuw onderkomen voor het sociaal restaurant en de sociale kruidenier en voor de ruilwinkel, en opvallende accenten op (sociaal) wonen en werk worden met stip genoteerd in de inventaris van initiatieven. Er wordt verder ingezet op Lier als groene, kindvriendelijke en toeristisch aantrekkelijke stad.

Nieuw in de manier van werken is het participatief karakter van de beleidsvorming. De toekomstavonden in de maand september toonden de weg: in de beleidsplanning worden alle initiatieven die met deze toekomstavonden gelinkt zijn, gelabeld op een eenvormige manier.

Het woord is nu de komende weken aan de gemeenteraadsleden en de adviesraden het ontwerp van het beleidsplan te beoordelen en, eventueel, bij te sturen. Pas nadien, in de maand december, zal het schepencollege een definitief voorstel aan de gemeenteraad voorleggen.

Marleen Vanderpoorten nieuwe voorzitter AP Hogeschool

By | Nieuws

Voormalig onderwijsminister Marleen Vanderpoorten nieuwe voorzitter AP Hogeschool

AP Hogeschool Antwerpen verwelkomt Marleen Vanderpoorten als nieuwe voorzitter van de raad van bestuur. Ze volgt Inga Verhaert op die sinds 2015 voorzitter was van de hogeschool. Vanderpoorten is als voormalig Vlaams minister van Onderwijs en huidig ondervoorzitter van AP goed bekend met het Vlaamse hogeschoollandschap. Gedeputeerde voor onderwijs Luk Lemmens wordt de nieuwe ondervoorzitter.

Als Vlaams minister van Onderwijs (1999 – 2004) verwezenlijkte Marleen Vanderpoorten het decreet over gelijke onderwijskansen en de hervorming van het hoger onderwijs. Ze was Vlaams parlementslid voor Open Vld en later ook voorzitter van het Vlaams Parlement. Van 1995 tot 2012 nam ze eveneens het burgemeesterschap van de stad Lier op zich, momenteel is ze er schepen. Ze was al ondervoorzitter van de raad van bestuur van AP Hogeschool Antwerpen en wordt nu dus voorzitter.

Naast de nieuwe voorzitter, wordt Luk Lemmens ondervoorzitter van de raad van bestuur. Sinds 2012 is hij eerste gedeputeerde van de provincie Antwerpen. Als gedeputeerde bevoegd voor het provinciaal onderwijs in Antwerpen en als voorzitter van het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen kent ook hij het onderwijslandschap in de provincie en Vlaanderen goed.

“AP Hogeschool is de laatste jaren gegroeid tot een van de grootste Vlaamse hogescholen. Dat succes is mede te danken aan de inzet van onze vorige voorzitter Inga Verhaert,”  aldus Pascale De Groote, algemeen directeur van AP Hogeschool. ”We zijn erg tevreden en trots dat Marleen Vanderpoorten en Luk Lemmens dit werk willen verderzetten als nieuwe voorzitter en ondervoorzitter van onze raad van bestuur. Hun jarenlange onderwijs- en politieke ervaring zal daarbij zeker van pas komen.”


​Uitdagingen liggen klaar

Er liggen alvast enkele stevige uitdagingen te wachten. “AP Hogeschool verwelkomt dit academiejaar maar liefst 14.000 studenten. Dat zijn er 3000 meer dan vorig jaar”, aldus Marleen Vanderpoorten. “De komst van 16 nieuwe graduaatsopleidingen heeft voor een grote groei gezorgd én voor nog meer diversiteit in de hogeschool. Het belooft dus boeiend te worden.”

​Luk Lemmens: ”De inkanteling van graduaatsopleidingen zoals de lerarenopleiding stelt ons voor enkele capaciteitsuitdagingen. Met de bouw van nieuwe campussen komen we daaraan tegemoet. Daarnaast grijpen we deze kans ook graag aan om te werken aan een verdere kwalitatieve uitbouw van de graduaatsopleidingen. Het provinciaal volwassenenonderwijs bracht immers niet alleen degelijke opleidingen mee maar ook veel expertise. ”

Voorzitterschap van de AP-hogeschool is een nieuwe uitdaging

By | Weblogberichten

Vorige week werden in de raad van Toezicht van de Artesis-Plantijn-Hogeschool de nieuwe voorzitter en ondervoorzitter verkozen. De eer valt mij te beurt de volgende vier jaar het roer van de hogeschool in handen te houden. Samen met de algemeen directeur, het directieteam en de collega’s van de raad van bestuur en de raad van toezicht, neem ik deze uitdaging graag aan.

AP is een in de jaren ’90 tot stand gebrachte fusie van de vroegere autonome hogeschool Artesis, en de provinciale hogeschool Plantijn. De eerste voorzitter was Camille Paulus.

O.a. de Rijksnormaalschool van Lier was de voorloper van de huidige lerarenopleiding van AP, en de dansschool van het conservatorium was jarenlang gevestigd in de dansstudio’s aan het Kluizeplein in Lier.

AP bestaat al langer uit zes grote afdelingen: de departementen welzijn en gezondheid, onderwijs en training, wetenschap en techniek, communicatie en management, het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten.

Dit jaar werden in gans Vlaanderen ook opleidingen van HBO5 omgevormd tot graduaten en ingekanteld in de hogescholen. Dit betekent voor ons meteen ook ongeveer 3.000 studenten extra wat AP met zijn totaal van ongeveer 14.000 studenten en 1.000 personeelsleden tot 1 van de grote hogescholen in Vlaanderen maakt.

AP maakt, samen met de Universiteit Antwerpen, de Hogere Zeevaartschool en de Karel de Grote-Hogeschool deel uit van de Associatie hoger onderwijs Antwerpen.

AP is een hogeschool die altijd hoog heeft ingezet op diversiteit en gelijke kansen. Het is een hogeschool met een missie en een visie die heel nauw aansluit met wat in mijn ogen onderwijs moet betekenen voor mens en maatschappij. Het voorzitterschap is m.a.w. een uitdaging waar ik voluit kan en wil voor gaan!

 

Een liberale partij kan, per definitie, nooit rechts zijn

By | Weblogberichten

In de weekendkranten verschenen interviews met twee Open Vld’ers die met vuur het sociale, open en progressieve karakter van onze partij benadrukten. De ene is sinds begin dit jaar burgemeester van Gent, Matthias De Clercq, en de andere is sinds de verkiezingen van 26 mei Vlaams parlementslid en zetelt in de commissie Onderwijs, Sihame El Kaouakibi.

De eerste, hoewel nog geen 40, heeft al een mooie carrière achter de rug als Vlaams parlementslid en schepen in Gent, de tweede is sociaal ondernemer en een nieuwkomer in onze partij en in het parlementaire halfrond. Zeer verschillend van achtergrond, interesse en verleden, trekken zij dezelfde rode draad bij hun definitie van liberalisme en spreken zij eenzelfde wens uit voor onze partij.

“Open”, “vertrouwen”, “progressief” en “sociaal” zijn de woorden die vaak in hun gesprekken voorkomen. Sihame vat de manier waarop wij aan sociaal beleid moeten doen eenvoudig samen: “er is een verschil tussen zorgen voor mensen of ervoor zorgen dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen; mensen de kans geven verantwoordelijkheid te nemen en hen daartoe de kracht geven is een liberaal verhaal!” Daarom moeten drempels naar beneden worden gehaald en is goed onderwijs met gelijke kansen essentieel voor iedereen.

Ook Matthias zoekt voortdurend naar wat mensen bindt en sterker maakt. Hij wil dat onze partij keuzes maakt zonder andere partijen achterna te lopen. Klimaat en migratie zijn ook onze thema’s, die daarenboven uitgesproken de kans bieden mensen zelfstandiger, bewuster van hun kracht en sterker te maken. Hij wil niet dat onze partij opschuift naar rechts en daarmee al te zeer de nationalisten achterna loopt. Het verhaal van rechten en plichten is vooral ons verhaal. Om mensen sterker te maken. Niet om ze bang en angstig van ons af te duwen. Rechts ziet al te vaak doemscenario’s die angst stimuleren, polariseren, en voor geen spatje blijk geven van vertrouwen in mensen.

Zo zit ons liberaal DNA niet in elkaar: geen conservatief beleid dat gaat voor een gesloten samenleving, maar een progressief beleid dat voluit kiest voor een open maatschappij gestuwd door hoop en optimisme.

In 2021 houdt onze partij een ideologisch congres. Enkele kerngedachten zijn reeds te lezen in “De liberale ideologie. Voorbij het links-rechts denken.” Van de hand van Dirk Verhofstadt. Een absolute aanrader!

“Participatie” is geen passe-partout voor alle akkefietjes

By | Weblogberichten

In de loop van de voorbije maanden werd het beleid vaak te pas en te onpas rond de oren geslagen met het begrip “participatie”. Voor de ene bezondigt het huidige stadsbestuur zich aan een totaal gebrek eraan, terwijl voor anderen het begrip “participatie” een hol en overbodig begrip is. Volgens deze laatste groep is het aan de gemeenteraadsleden en aan hen alleen, als enige verkozenen des volks, om beleid uit te tekenen.

Het begrip participatie komt van het latijn pars (deel) en capere (nemen) en is eigenlijk de opvolger van een ander begrip, “inspraak”, dat in de jaren ’70 en ’80 een politieke reactie was op de protestbewegingen van de jaren ’60.

Als de politiek wil dat burgers inspraak hebben, gaan ze naar hen toe, leggen ze hen keuzes of problemen voor en vragen de mening van de burgers hierover. Of ze rekening houden met deze mening, een beetje of helemaal niet, hangt van de politici af. Al te vaak is “inspraak” vrijblijvend en leidt het tot heel wat frustraties, vooral bij deelnemers aan deze “inspraak”.

Participatie gaat veel verder. Het vraagt burgers deel te nemen aan (een onderdeel van) het denkproces dat tot beleid leidt. Allerlei burgerbewegingen en -initiatieven wijzen hier de weg. Deze weg is echter lang en vol valkuilen. We moeten daarom behoedzaam te werk gaan en niet lopen vooraleer we kunnen stappen.

Participatie als beleidsvorm is complex en vraagt in eerste instantie een volwassen houding van politici zelf en van de burgers die willen participeren. Vertrouwen geven en nemen is een niet onbelangrijk gegeven in het participatieverhaal. Goede afspraken en afgetoetste kaders vormen de basis van een geslaagd participatietraject.

Wat participatie niet betekent, is dat beleidsmensen voor elk te plaatsen straatbord, paneel of zelfs kunstwerk in het openbaar domein de bevolking moeten raadplegen. Voor kunstwerken in de open ruimte bijvoorbeeld moet een kader, een werkwijze en een deskundige gespreksgroep uitgetekend worden. Hierover kan met de geïnteresseerde burgers overlegd en afgesproken worden. Op basis van deze afspraken kan de concrete invulling gebeuren.

De eerste voorwaarde voor geslaagde participatie blijft echter vertrouwen en “loslaten” vanwege politici. Met alle respect voor alle collega’s uit de Lierse gemeenteraad: hier is nog veel werk aan de winkel!