Monthly Archives

maart 2018

Seniorenzorg op maat

By | Nieuws

Zoals in de rest van Vlaanderen blijft ook in Lier het aantal 65plussers de komende jaren stijgen. Dat vergt een aangepast beleid waarbij een “medioren-” en “seniorentoets” aan de orde is.

Zo moeten bijvoorbeeld de mobiliteit en toegankelijkheid van openbare gebouwen, van straten en pleinen, telkens opnieuw op de mogelijkheden van minder-mobiele en oudere mensen afgestemd worden. Initiatieven om senioren te helpen met een zinvolle vrijetijdsbesteding zijn ook meer dan noodzakelijk.

We hebben, door de bouw van appartementen in de binnenstad, het centrum van Lier uitnodigend willen maken voor nieuwe, ook oudere bewoners. De volgende stap is dan logischerwijze een ruim aanbod aan vrijetijdsmogelijkheden op maat, een toegankelijk en proper openbaar domein en mooie, groene publieke ruimten.

In Lier zijn we alvast op de goede weg. De bedoeling is zoveel mogelijk mensen zolang mogelijk thuis te laten wonen zonder dat isolement en vereenzaming toeslaat. De uitbreiding van de lokale dienstencentra kunnen hierin een heel belangrijke rol spelen.

Op het einde van deze legislatuur bestaan er twee volwaardige dienstencentra in onze stad en zijn er drie antennepunten. Er worden ‘s middags maaltijden aangeboden, er worden vormings-en infomomenten georganiseerd, gezelschapsspelen en laagdrempelige sportactiviteiten. Het nieuwe, centraal gelegen, dienstencentrum is uitstekend gelegen en uitgerust om een heel volwaardige seniorencampus van onze stad te worden.

Gunstig gelegen in het hart van de stad, in onze deelgemeente en in verschillende dichtbevolkte wijken, wordt door de dienstencentra een groeiende vraag naar informatie, contact en vrijetijdsbesteding beantwoord.

Naast de uitbouw van deze dienstencentra, zijn extra bijkomende initiatieven aan de orde.
Er is immers ook de dagelijkse behoefte aan zorg en aandacht in de letterlijke betekenis van het woord voor al wie de stap naar een dienstencentrum (nog) niet zet, om welke reden ook.

Vanuit de dienstencentra kunnen “buurtnetwerken” tot stand worden gebracht. Deze vorm van burenhulp, gecoördineerd door de dienstencentra heeft uiteraard zijn grenzen maar kan  “het kleine helpen” in de goede richting sturen. Boodschappen doen, kleine klusjes in huis en tuin of gewoon gezelschap aanbieden zijn voor de betrokken senior vaak lichtende dagelijkse of wekelijkse momenten!

Burenhulp loopt echter niet vanzelf. Wie hulp nodig heeft, durft er vaak niet  om vragen en bij aanbod niet aanvaarden. Wie wil helpen, durft de hulp dan weer niet spontaan aanbieden. Zo groeit isolement. De buurtnetwerken kunnen een bemiddelende rol spelen en op termijn, de overgang naar een woonzorgcentrum minder bruusk en beter voorbereid laten verlopen. De cirkel van zorgend Lier is rond!

Marleen Vanderpoorten

Sportbeleving in Lier

By | Nieuws

De luxe die onze stad ooit beleefde met twee bijna topvoetbalclubs, basket- en volleybal in hoogste klasse en heel goede individuele sporters, is momenteel niet meer aan de orde. Er zijn weliswaar heel wat ploegsporten die presteren net onder het topniveau, en bijna met de regelmaat van de klok slaagt er een individuele sporter in zich op te hijsen tot een provinciale of zelfs nationale titel.

Lier kan echter beter. Onze stad heeft het vooruitzicht op een gloednieuwe sporthal op haar grondgebied, de derde, dit keer op de site van het atheneum campus Arthur Vanderpoorten. Daarenboven is er dit jaar in deze school al gestart met een heuse sporthumaniora. Dit kan heel wat jongeren met sportieve ambities aantrekken en zal het materiële niveau van de sportbeoefening aanzwengelen.

We zijn als lokaal beleid niet verantwoordelijk voor het aanbod en het inhoudelijke aspect van sportbeoefening. Daar zijn de talrijke clubs en het onderwijs de meest geschikte spelers voor.

Maar het is wel een taak van de (lokale) overheid te voorzien in ondersteunende en faciliterende maatregelen voor optimale sportbeoefening. Geen voetballende jongeren zonder voetbalterreinen, geen zaalsporten zonder sporthal, geen zwemmers zonder zwembad en geen atleten zonder atletiekpiste.

Het zwembad en de atletiekpiste zijn in de voorbije decennia gebouwd en vernieuwd. Een derde sporthal wordt momenteel uitgetekend; en jeugdvoetbalterreinen liggen, na een lange en moeilijke aanloop, eindelijk in het verschiet.

Voor twee van de drie sporthallen wordt samengewerkt met het Gemeenschapsonderwijs. Dit is een vorm van publiek-publieke samenwerking waar ik heel blij mee ben.

In Lier betekent dit een win-win: de school zal van de gloednieuwe sporthal gebruik kunnen maken voor o.a. haar sporthumaniora, en de stad kan haar sportclubs een kwaliteitsvol en efficiënt onderkomen aanbieden na de schooluren.

Voor de aanleg van voetbalterreinen, deels op gronden van het OCMW, is een onteigeningsplan opgesteld en moet er nu verder werk gemaakt worden van een effectieve realisatie. Dat dit deels op gronden van het OCMW gebeurt moet garanderen, zeker in dit specifieke geval, dat clubs hun sociale verantwoordelijkheid opnemen.

Dit betekent dat alle kinderen, niet alleen de besten, niet alleen wie het soms hoge lidgeld of de dure uitrusting kan betalen, er aan sport moeten kunnen doen. De inspanningen van de overheid, in het bijzonder de investeringen in infrastructuur, gebeuren voor iedereen.

Sport kan, misschien meer nog dan cultuur, verbindend en integrerend zijn. De overheid heeft hierin een rol te spelen en moet toekijken op uitsluitende en drempelverhogende effecten van sommige initiatieven. Als de overheid investeert mag ze ook eisen stellen. Als sportclub een sociaal beleid voeren, kan er daar één van zijn.

Marleen Vanderpoorten

Cultuurbeleving en kunstonderwijs

By | Nieuws

Cultuur is een belangrijke component in het gemeenschapsleven. Zeker ook in Lier. Cultuur verbindt, ontroert, stimuleert debat, brengt mensen samen, verwondert, wekt esthetisch gevoel op, laat genieten, verstilt, doet nadenken en reflecteren…

Voor al deze aspecten van cultuurbeleven is onze stad altijd een fantastisch vruchtbare bodem gebleken.

Er zijn drie pijlers waarop het Lierse cultuurleven traditioneel steunt. De eerste pijler is het bloeiende verenigingsleven dat zeer laagdrempelig en open functioneert.

De tweede pijler zijn de beide academies, die van beeldende kunsten en die van mu- ziek, woord en dans. Zij zijn voorbeelden in het Vlaamse landschap van het deeltijds kunstonderwijs. Velen benijden ze ons. Bovendien zijn ze uitstekend geplaatst cultuur- beleving over te brengen aan hun leerlingen en cursisten. Ze ondersteunen daarenboven de stad bij de organisatie van talrijke evenementen.

De derde pijler is de eigen cultuurdienst van onze stad, met het cultureel centrum, de musea, de bib, het archief, en een aantal vzw’s die nauw aanleunen en ondersteund worden in de gemeentelijke begroting.

Toen ik in 1989 schepen van cultuur werd, bestond onze cultuurdienst uit een handvol medewerkers en was van een cultureel centrum geen sprake.

Van de drie actuele pijlers van het cultuurbeleven in onze stad, stond alleen het verenigingsleven goed overeind. De beide academies sluimerden en trokken zich uitsluitend terug op hun kerntaak, hun onderwijsopdracht. De eigen stadsdiensten waren gebetonneerd binnen hun enge wettelijke opdracht: biliotheek-en archiefwezen organiseren. De beide stedelijke musea die de stad toen al rijk was, lagen onder het stof, bij gebrek aan enige visie.

Bijna drie decennia later ziet het culturele landschap er helemaal anders uit. De pijlers zijn gebleven maar de accenten liggen anders. Alle initiatieven zouden in principe toegankelijk moeten zijn voor elke Lierenaar.

Misschien blijft dit laatste nog de grootste uitdaging: ervoor zorgen dat cultuur en kunstonderwijs voor iedereen bereikbaar is. Lidgelden of toegangsprijzen, en een eventueel kostelijke uitrusting mogen geen drempels opwerpen. Moeten we deze toegankelijkheid als beleid niet meer bewaken?

Het is ook heel erg belangrijk dat onze academies de hand reiken naar het leerplicht- onderwijs door het inrichten van cultuurklassen waar aan scholen een alternatief wordt geboden voor bos-en zeeklassen, en waar inspanningen worden gedaan om leerkrachten uit basis-en secundair onderwijs te ondersteunen in het cultuur- en muziekonderwijs.

Nu zien we immers te vaak dat alleen kinderen die thuis kennismaken met kunst en cultuur, het ook echt blijven beleven. Vele anderen leren kunst en cultuur nooit kennen, en zien daardoor kansen verloren gaan.
Het staat natuurlijk buiten kijf dat de infrastructuur, nodig om de cultuurinitiatieven te ontplooien, de verantwoordelijkheid is van de (lokale) overheid.

In Lier werd in het begin van de jaren negentig een nieuwe polyvalente zaal omgevormd tot cultuurcentrum uit opportuniteit, maar een schot in de roos is dat nooit gebleken.
Het centrum heeft altijd technische mankementen gehad. Nu is het tijd om het geweer definitief van schouder te veranderen. Een nieuwe zaal is aan de orde: grondige renovatie of nieuwbouw dringen zich op. Dit wordt wellicht een van de grote investeringen voor de volgende bestuursperiode.

Marleen Vanderpoorten

Ondernemende handelaars

By | Nieuws

 Meermaals overkomt het mij dat ik burgers of toeristen en andere bezoekers van onze stad op een terras luid hoor verkondigen hoe mooi en lieflijk ze Lier vinden. Hoe aangenaam de terrassen er bij liggen en welk ontspannen gevoel het vele groen geeft en het water dat door de stad stroomt. Toch hoor ik Lierenaars ook af en toe klagen over de leegstand in de winkelstraten en het dalend aantal shoppers.

Dit blijft ons zorgen baren. De stad heeft nochtans een hele reeks initiatieven genomen om te focussen op de handelskern en om nieuwe zaken aan te trekken.

Maar de oplossing voor een aantal vaststellingen ligt niet bij de stad alleen. Voor een deel ligt de verantwoordelijkheid ook bij de handelaars en de eigenaars van winkelpanden.

We stellen vast dat wie vernieuwing brengt en trendsetter is, het goed doet. Zaken met een ouder, vast cliënteel volstaat het vaak een vriendelijke en aangename sfeer te creëren in een verzorgd, opgefleurd interieur.

Wil men echter een jonger en nieuw publiek aantrekken, dan volstaat dit niet. De populaire nieuwe coffeeshops en trendy bars in onze stad bewijzen dat ook het Lierse publiek gevoelig is voor innovaties.

Creativiteit en vernieuwing is één zaak, maar alle problemen worden er niet mee opgelost: de huishuren voor sommige panden blijven torenhoog en dus onbetaalbaar en het aanbod om aan internet-shoppen te doen is vaak onbestaande.

Wat we eerst moeten bereiken en waar iedereen moet en kan aan meewerken, is een positieve sfeer in een gezellige entourage. Niet in het minst politieke partijen doen vaak het omgekeerde!
Zo heb ik politieke partijen geweten die het Lierse stadscentrum afkraakten tot in de grond, en, nadat ze erin geslaagd waren mee de meerderheid te vormen, er alles probeerden aan te doen om die negatieve spiraal om te draaien…

Marleen Vanderpoorten

Bereikbaar en leefbaar centrum

By | Nieuws

De onderwerpen waar in Lier ontegensprekelijk het vaakst over gediscussieerd wordt, zijn leegstand in de kern van de stad, mobiliteit in het centrum en (het gebrek aan) parkeerplaatsen.

Sommigen eisen dat Lier (opnieuw) volledig doorrijdbaar wordt en dat er overal (goedkoop) kan geparkeerd worden. Anderen vinden dat de kern van een moderne stad weliswaar bereikbaar moet zijn maar ook autoluw, met veel ruimte en voorzieningen voor fietsers en wandelaars!

Onze autoluwe en parkeervrije Grote Markt vind ik nog steeds een zegen voor de stad en haar bewoners; de ondergrondse parking, vlakbij de Grote Markt, blijft een aanwinst, net zoals de ruime gratis parking aan De Mol dat is en het parkeergebouw aan het station dat in de toekomst wellicht zal worden.

Het centrum van Lier moet toegankelijk blijven met de auto maar dit mag een extra inspanning vragen van de chauffeur: de verbindingen tussen twee punten moeten dus niet altijd de kortste mogelijkheden zijn, af en toe ligt er een lus of zijn straten doelbewust enkelrichting gemaakt om verkeer te ontmoedigen.

Maar bijsturingen en evaluatie van bestaande systemen zijn natuurlijk altijd aan de orde. Zo moet parkeren in de kern van de stad mogelijk blijven maar bij voorkeur hoort dit kort-parkeren te zijn.

Elke straat moet op haar mogelijkheden en draagkracht worden afgetoetst. Nadien moeten alle straten in categorieën verdeeld worden: straten geschikt voor doorgaand auto(bus)verkeer, straten voor gemengd verkeer, fietsstraten en autovrije wandelstraten. Nu is onze historische stad met haar talrijke gekasseide straten nog te veel een wirwar van gemengd verkeer, niet echt fietsvriendelijk. Teveel obstakels en onzorgvuldig gelegde plaveien maken ook de voetpaden niet optimaal begaanbaar.

Marleen Vanderpoorten

Veiligheid en bescherming op alle fronten

By | Nieuws

Doorheen de voorbije decennia heeft Lier zich gekwalificeerd als een veilige stad. Tenminste als we “veiligheid” in de enge betekenis van het woord begrijpen. Van de criminaliteitscijfers in onze stad een hot item maken, hebben sommigen wel geprobeerd, maar dat is nooit echt gelukt.

Natuurlijk is het belangrijk zonder angst over een donkere straat te kunnen lopen, om druggebruik te bannen en aan inbraakpreventie te doen.

Maar veiligheid is zoveel meer. Het houdt ook in dat we ons goed en rustig voelen in de omgeving waarin we wonen, dat die omgeving netjes is, door iedereen gerespecteerd en mee onderhouden wordt.

De reglementen die er moeten voor zorgen dat dit gebeurt, moeten vanzelfsprekend ook toegepast en opgevolgd worden. Klachten over lawaaihinder, zwerfvuil, onkruid en hondenpoep zijn de meest voorkomende. De stad heeft de voorbije jaren geen moeite gespaard om te trachten straten en pleinen opgeruimd en proper te houden. De acties “Proper Lier” zijn talrijk geweest maar bleken zelden succesvol genoeg te zijn in de ogen van onze stadsgenoten. Bijkomende inspanningen van overheid en bewoners lijken meer dan ooit aan de orde.

Veiligheid betekent ook, dat we ons beschermd weten en geborgen, beseffen dat we niet aan ons lot worden overgelaten, dat er vangnetten zijn bij crisismomenten en dat de stad als leefgemeenschap niet vijandig en gesloten, maar warm, open en ontvankelijk is.

Het gaat hier niet zelden over de nood aan bescherming en angst voor een mogelijke sociale terugval. De angst ook niet te kunnen aanklampen, uitgestoten te worden. De angst voor verdringing door het vreemde, onbekende.

Ondanks de redelijk hoge gemiddelde inkomens van Lierenaars, is er immers ook een hardnekkige groep kwetsbare, vaak arme mensen. Een welstellende stad als de onze mag zich dat niet laten welgevallen.

Marleen Vanderpoorten