• Seniorenzorg op maat

    Zoals in de rest van Vlaanderen blijft ook in Lier het aantal 65plussers de komende jaren stijgen. Dat vergt een aangepast beleid waarbij een “medioren-” en “seniorentoets” aan de orde is.

    Zo moeten bijvoorbeeld de mobiliteit en toegankelijkheid van openbare gebouwen, van straten en pleinen, telkens opnieuw op de mogelijkheden van minder-mobiele en oudere mensen afgestemd worden. Initiatieven om senioren te helpen met een zinvolle vrijetijdsbesteding zijn ook meer dan noodzakelijk.

    We hebben, door de bouw van appartementen in de binnenstad, het centrum van Lier uitnodigend willen maken voor nieuwe, ook oudere bewoners. De volgende stap is dan logischerwijze een ruim aanbod aan vrijetijdsmogelijkheden op maat, een toegankelijk en proper openbaar domein en mooie, groene publieke ruimten.

    In Lier zijn we alvast op de goede weg. De bedoeling is zoveel mogelijk mensen zolang mogelijk thuis te laten wonen zonder dat isolement en vereenzaming toeslaat. De uitbreiding van de lokale dienstencentra kunnen hierin een heel belangrijke rol spelen.

    Op het einde van deze legislatuur bestaan er twee volwaardige dienstencentra in onze stad en zijn er drie antennepunten. Er worden ‘s middags maaltijden aangeboden, er worden vormings-en infomomenten georganiseerd, gezelschapsspelen en laagdrempelige sportactiviteiten. Het nieuwe, centraal gelegen, dienstencentrum is uitstekend gelegen en uitgerust om een heel volwaardige seniorencampus van onze stad te worden.

    Gunstig gelegen in het hart van de stad, in onze deelgemeente en in verschillende dichtbevolkte wijken, wordt door de dienstencentra een groeiende vraag naar informatie, contact en vrijetijdsbesteding beantwoord.

    Naast de uitbouw van deze dienstencentra, zijn extra bijkomende initiatieven aan de orde.
    Er is immers ook de dagelijkse behoefte aan zorg en aandacht in de letterlijke betekenis van het woord voor al wie de stap naar een dienstencentrum (nog) niet zet, om welke reden ook.

    Vanuit de dienstencentra kunnen “buurtnetwerken” tot stand worden gebracht. Deze vorm van burenhulp, gecoördineerd door de dienstencentra heeft uiteraard zijn grenzen maar kan  “het kleine helpen” in de goede richting sturen. Boodschappen doen, kleine klusjes in huis en tuin of gewoon gezelschap aanbieden zijn voor de betrokken senior vaak lichtende dagelijkse of wekelijkse momenten!

    Burenhulp loopt echter niet vanzelf. Wie hulp nodig heeft, durft er vaak niet  om vragen en bij aanbod niet aanvaarden. Wie wil helpen, durft de hulp dan weer niet spontaan aanbieden. Zo groeit isolement. De buurtnetwerken kunnen een bemiddelende rol spelen en op termijn, de overgang naar een woonzorgcentrum minder bruusk en beter voorbereid laten verlopen. De cirkel van zorgend Lier is rond!

    Marleen Vanderpoorten