• Over een boze minister en verontwaardigde parlementsleden

    In mijn agenda stond bij deze week: “laatste week van werkzaamheden van de commissie onderwijs, met afronding van een aantal voorliggende decreten en resoluties”. Wat eerst een week met eerder gewone, rustig voortkabbelende vergaderingen leek te worden, is uiteindelijk uitgegroeid tot een week vol heftige, vinnige, soms giftige debatten met als hoofdrolspeler een verongelijkte minister van Onderwijs en de verzamelde, verontwaardigde, oppositie in belangrijke bijrollen.

    Het leek er een beetje op alsof alle traagheid, arrogantie en betweterigheid die in de voorbije legislatuur in het beleidsdomein onderwijs de kop opstaken, zich deze week culmineerden in een nooit eerder geziene reeks flaters en/of onnauwkeurigheden, een minister van Onderwijs compleet onwaardig.

    In de commissievergadering van dinsdag maakte minister Smet zich ontzettend boos op Open Vld en Groen omdat wij het aandurfden een advies aan de Raad van State te vragen nadat nog maar eens 25 extra amendementen werden ingediend op het onderwijsdecreet XXIV.
    Zonder verklaring over de laattijdigheid, liefst onmiddellijk te stemmen.

    Eerder was ODXXIV al aangedikt van een “gewoon” verzameldecreet tot een onleesbaar werkstuk wegens toevoeging van meer dan 150 niet-geadviseerde en niet-officieel overlegde amendementen. Deze amendementen waren geen reparaties of aanvullingen op bestaande decreten zoals gebruikelijk bij “verzameldecreten” maar compleet nieuwe hoofdstukken die eigenlijk als afzonderlijk decreet hadden ingediend moeten worden.

    Bij deze eerste aanvulling hadden we ons, na een omstandige toelichting over de inhoud van de amendementen, en een hoorzitting over de splitsing van wereldoriëntatie in het basisonderwijs, laten overtuigen om de bespreking en stemming aan te vatten. Van goodwill gesproken!

    Groot was dan ook onze verbazing toen, totaal onaangekondigd, vorige week nog een tweede reeks amendementen, o.a. over de opvangcentra van het GO! op ons werden losgelaten. Een thema nota bene, waarover al gedurende vijf jaar gediscussieerd wordt in de commissie onderwijs. En waarover al vijf jaar een snelle oplossing beloofd wordt.

    Was het grootheidswaanzin, verkeerde inschatting of gewoon lef die de minister, gesteund door zijn meerderheid, de onaangekondigde stap deed zetten om in de laatste commissievergadering zo’n belangrijk thema door de strot van de parlementsleden te duwen?
    Onze vraag naar een advies van de Raad van State was niet meer dan een logisch antwoord op zoveel arrogantie!

    Woensdag kwam een ander aspect van slecht of verkeerd ingeschat beleid in de kijker toen commissievoorzitter Bouckaert een brief van het GO! voorlas over afspraken rond scholenbouw.

    De soap en het welles-nietes-spel dat daarop volgde, tot de inderhaast bijeengeroepen commissie van donderdag, leidde  maar tot één conclusie: er is op geen enkel moment door de minister of de meerderheid ernstig decreetgevend werk geleverd rond de oplossing van het capaciteitsprobleem. Met als gevolg: ontbreken van sluitende afspraken, onenigheid over de gemaakte mondelinge afspraken en interpretatieproblemen.

    Is het naïviteit, zelfoverschatting of schromelijk veel gebrek aan ernst? Zelfs een beginner zou beseffen dat wanneer belangrijke beslissingen moeten genomen worden ( politieke of institutionele) er overlegd moet worden met alle betrokkenen en dat de conclusies van dit overleg in afsprakennota’s vastgelegd dienen te worden.

    Dat had moeten gebeuren met de onderwijsverstrekkers over infrastructuur. En dat had wellicht ook moeten gebeuren met alle leden van de commissie onderwijs als een meerderheid in laatste instantie belangrijke dossiers goedgekeurd wil krijgen.

    In plaats van “woordbreuk” te roepen en minutenlang te tieren en te schreeuwen, zou de Vlaamse minister van Onderwijs beter eens af en toe in de spiegel kijken. NIET om tegen zichzelf te zeggen hoe slim, knap en wijs hij wel is, maar om zich af te vragen of hij wel voldoende luistert naar wijze mensen en niet te veel alleen van zijn eigen gelijk uitgaat.

    Marleen Vanderpoorten