•  

    1 juli 2014 – Over duivels – en andere gekten …

    Toen ik een klein kind was, probeerde mijn familie mij wijs te maken dat de Belgische vlaggen die op 21 juli de straten “opfleurden” er hingen ter gelegenheid van mijn verjaardag. Hoewel een zekere naïviteit mij niet vreemd was, heb ik dit grapje nooit voor waar aangenomen.

    Als je jarig bent op de nationale feestdag blijft dat overigens een aanleiding tot opmerkingen en associaties.
    Ik ben in ieder geval de vlaggen wel in de gaten blijven houden. En kon dus alleen maar vaststellen dat het aantal Belgische fans die het de moeite vond een vlag buiten te hangen op de nationale feestdag, elk jaar verminderde: terwijl ik er als lagere schoolkind nog zeker in elke straat één telde, werden dat er later hooguit een tiental in de ganse stad.

    De Belgische vlaggen zijn iets van vorige generaties, dacht ik toen, net als het Belgisch volkslied.
    Slechts af en toe, bij grote sportevenementen dook de driekleur hier en daar nog wel eens op, maar iemand tegenkomen die de tekst van het Belgisch volkslied kende, …. no way.
    Zelfs een toenmalige premier ging daar hopeloos de mist in!

    En kijk nu: nog voor de Rode Duivels hun eerste match speelden in Brazilië, kenden alle lagere schoolkinderen weer de Belgische vlag, met de kleuren in de juiste volgorde(!), en wappert ze aan meerdere gevels vrolijk en enthousiast heen en weer!
    De voetballers zelf zingen, voor het eerst in decennia, opnieuw het volkslied mee: aandoenlijk en bijna vertederend om zien!

    Een vraagteken achter het simultaan en overdonderend enthousiasme voor een man die deze driekleur en dit volkslied zo snel mogelijk naar de prullenmand wil verwijzen, is dan ook snel geplaatst!
    Hoe zitten mensen toch raar in elkaar dat ze aanbidden wat een ander onderwerp van hun aanbidding wil vernietigen?
    En wat gaat er tegelijkertijd om in het hoofd van “de grote leider” die de analyse van de adoratie voor hemzelf EN voor de Rode Duivels vast al vele malen gemaakt heeft.

    Want dit staat WEL als een paal boven water: de succesvolste politicus van het land doet en zegt niets zonder dat hij er grondig over nagedacht heeft. Hij denkt sneller dan alle andere analisten samen en speelt, in zijn hoofd, vast vaak advocaat van de duivel. Voor de buitenwereld , ik denk ook voor zijn dichtste medewerkers, houdt hij die bedenkingen verborgen.

    Eenmaal kunnen meekijken in het brein van deze man, zou veel van de psychologie van machtsmensen duidelijk maken.
    Maar zelfs zonder dat te kunnen, kan ik er mij een idee over vormen. En dat idee maakt mij heel bang!

    Marleen Vanderpoorten