• 27 mei 2016 – Nadenken over wonen

    De Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening heeft een conceptnota geschreven over het bouwen en wonen van de toekomst. Niets te vroeg want open ruimten staan al lang onder druk in Vlaanderen.

    De spanning tussen de baksteen in de maag van zowat elke Vlaming en het besef dat groene zones en open ruimten van essentieel belang zijn voor het welbevinden van eveneens elke medeburger, is echt wel iets om over na te denken.

    Door de demografische druk en de gestegen welvaart, is de vraag naar appartementen en woningen gestaag gestegen in de afgelopen decennia. In de loop van de jaren ’90 zijn overheden eindelijk massaal aan ruimtelijke planning gaan doen. Daarvoor was het vaak ad hoc, een kwestie van korte termijndenken of zelfs van politieke dienstverlening.

    Het eerste Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen heeft de horizon verruimd. De Vlaamse overheid heeft nagedacht over bouwen en over open ruimten. Tegelijkertijd werden gemeentebesturen gedwongen hetzelfde te doen. De scoop werd daardoor verlegd van het enkele perceeltje in een enkele straat naar een globale visie over hoe een stad of gemeente moet bebouwd en ontwikkeld worden.

    Maar aantrekkelijkheid van steden en demografie kennen hun eigen dynamiek. Daarom moet regelmatig teruggekoppeld worden en moeten we blijven monitoren hoe “vol” en hoe leefbaar onze wijken zijn. De lange termijnvisie steeds bijstellen is daarom ook nu weer aan de orde.

    In Lier ervaren we elke dag hoe moeilijk het is een goed evenwicht te vinden tussen de vraag naar betaalbare ééngezinswoningen en kleine appartementen, voldoende groen en initiatieven van bouwpromotoren.

    Het is belangrijk als overheid een kader uit te tekenen en op voorhand regels en voorwaarden op te leggen bijvoorbeeld i.v.m. woonkwaliteit, grootte en densiteit. De goedgekeurde parkeerverordening is een voorbeeld van een op voorhand vastgelegd reglement. Maar ook de verplichte aanwezigheid van voldoende berging, buitenruimte en een aantal m2 woonoppervlakte per persoon kunnen een onderwerp zijn.

    Daarenboven hebben veel steden nood aan BETAALBARE kleine woningen. Hoe kan de (lokale) overheid meer sturend optreden op dit terrein zonder de rechten van de grond-of huiseigenaar al te zeer te schenden? Een moeilijke maar boeiende evenwichtsoefening voor de volgende jaren.

    Marleen Vanderpoorten